donderdag 12 februari 2009

Spreken in het openbaar

Gisteravond op televisie gehoord:

"Tsoof'rj terjtee-elniejs"

Ja, lees dat nog maar eens een paar keer met Goois accent hardop, dan hoor je jezelf misschien uiteindelijk zeggen:

"Tot zover het RTL-nieuws"....

(even het lege veld hierboven blokken, dan kun je de oplossing lezen)

woensdag 11 februari 2009

Focus

Het bericht op de BooksBlog van de Guardian over Iris Murdoch trok mijn aandacht. Niet mijn meest favoriete schrijfster en ook Sam Jordison, auteur van het artikel, is niet weg van haar. Zoals blijkt uit de tweede alinea: daarin wordt haar proza uit de jaren '70 vergeleken met iets wat wordt aangeduid als prog-rock yodelling solos. Dat intrigeert, zo'n doldwaze aanduiding of moet ik zeggen "maf"?...
Doe jezelf een plezier en klink de link aan. Je komt dan uit bij een zelfs voor mij (!) bekend fenomeen, dat door de licht hysterische presentatrice wordt aangeduid als "one of the most together and exciting groups goin'..." We schrijven 1973....

dinsdag 10 februari 2009

George W. Balkenende

In één klap is het duidelijk: diezelfde onbeholpen tred, griffemeerd stijf, hompelig, met die armpjes een beetje van het lijf weggehouden, diezelfde ongemakkelijkheid ondanks het kekke T-shirt en het o zo informele jekkertje. Popie-Jopie doen tussen onze jongens in Uruzgan.

Die beruchte 'vriendschappelijke ontmoeting' in het Witte Huis van jaren her oefent zijn invloed tot op de dag van vandaag uit. Jan-Peter wil nog steeds dolgraag George Dubya zijn!

Let op de onbekende man uiterst rechts achteraan: die lijkt z'n kop eraf te lachen!

Darwin's opa

Dat Darwin niet uit de lucht kwam vallen met z'n denkbeelden wordt in klein bestek duidelijk gemaakt in een alleraardigste tentoonstelling in het Huygensgebouw, het al niet meer zo nieuwe onderkomen van de bètawetenschappen in Nijmegen. Aan de hand van (originele) 18e en 19e eeuwse uitgaven van Martinus Houttuyn (een volgeling van Linnaeus), Cuvier, Buffon en Lamarck zien we een aantal wetenschappers om zich heen turen en terugschrikken voor de uiteindelijke Grote Sprong Voorwaarts. Ook Darwin heeft lang genoeg geaarzeld, trouwens. Biograaf David Quammen noemt hem niet voor niets 'the reluctant Mr Darwin'. Maar uiteindelijk waagde ook hij de stap en publiceerde in 1859 On the Origin of Species, zo'n 25 jaar nadat hij de eerste beginselen al op papier had gezet.

Een prachtige voorloper van Darwin, primitief en zonder degelijke bewijsvoering, was een 18e eeuwse natuurvorser en poeët die in wijdlopige gedichten de natuur bezong. In The Temple of Nature (na zijn dood gepubliceerd, in 1803) komt een passage voor waarin het ontstaan van het leven uit de oceanen wordt beschreven:

ORGANIC LIFE beneath the shoreless waves
Was born and nurs'd in Ocean's pearly caves;
First forms minute, unseen by spheric glass,
Move on the mud, or pierce the watery mass;
These, as successive generations bloom,
New powers acquire, and larger limbs assume;
Whence countless groups of vegetation spring,
And breathing realms of fin, and feet, and wing.

Niet bepaald een denkbeeld dat gemeengoed was. Het zou tot in de 20e eeuw duren voordat men de diepe oceanen als mogelijke kraamkamers van het leven op aarde ging zien. De bedenker van dat fraais: Erasmus Darwin, de grootvader van onze Charles. Nu jullie weer...


Afbeelding: Erasmus Darwin (1732-1802) door Joseph Wright, 1792

zondag 8 februari 2009

Eén ster

't Viel niet mee om het idee verwezenlijkt te krijgen, maar gisteravond zaten we dan toch echt in het enige 1-sterrenrestaurant in de buurt van Nijmegen. De verwachtingen waren hooggespannen. Met het gezelschap zat het wel snor, daar zou het niet aan liggen. Met de 'ombiejonze' leek zo op het eerste gezicht ook niks mis. Mooie oude boerderij, binnen alles strak in het pak, ook de vrouwelijke bediening (prachtig vind ik dat, vrouwen in een pak mét stropdas) en de inrichting was opgemaakt volgens voorspelbaar, maar smaakvol modern design. Maar hoe zou het eten zijn, vroeg ik mij benauwd af, terwijl ik in gedachten de inhoud van mijn portemonnee nog eens de revu liet passeren.

Want dat was het, wat zo'n avond een domper kan bezorgen. M'n Hollandse knieperigheid. Met één hand figuurlijk op de beurs wordt met gespannen blik alles bekeken, gewogen en hier en daar te licht bevonden. Meteen gaat er dan een steek door je heen: 'Bij eetcafé De gulle ruif heb je een heel driegangenmenu voor de prijs van deze op spuug gelijkende en al niet veel beter smakende amuse.' En verdomd, bij mijn disgenoten leek ik ook al van die verstrakte mondjes en tot spleten vernauwde oogjes te zien, en dan kwam die sommelier eindelijk met de wijnkaart of de gastvrouwen die als een inktvis met heel veel armen alles min of meer gelijktijdig op de tafel deden belanden, en dan was er iets mis!!! Nee hè! Vaak maar iets heel kleins, eigenlijk niks, maar brullend stort de gedachte zich naar voren: 'Wat slèèèèècht voor dat geld!' Interieurs en gevulde borden van andere restaurants en eetgelegenheden verschenen op mijn netvlies, menukaarten met alleen maar bedragen onder de 20 euro, omfietswijnen van Super de Boer in mijn eigen wijnrekje, die aardige Turkse jongen achter de balie van de friettent, die qua klantvriendelijkheid niet onder deed voor het personeel dat me nu omgaf....

Ach, uiteindelijk hebben we natuurlijk een geweldige avond gehad, hebben we buitengewoon origineel gegeten en zijn we op een uiterst bekwame en soepele manier bediend geweest geworden. Het geldduiveltje dat tussen mij en een geslaagde avond in stond, heb ik na drie kwartier een flinke schop onder z'n hol gegeven. Toen heb ik eens diep adem gehaald, mijn drie tafelgenoten met een warme blik bekeken, en vervuld van een diepe welwillendheid opgelucht verder gedineerd.

donderdag 5 februari 2009

Wachten op Williamson

Het fragment uit het interview met bisschop Williamson waarin hij de Holocaust ontkent, is inmiddels vaak genoeg te zien geweest. Over de verwerpelijkheid en onbegrijpelijkheid van zijn standpunt hoeft niets meer gezegd te worden. Maar wat mij de eerste keer al opviel: de man lijkt niet echt. Hij spreekt ingespannen om serieus en doordacht over te komen, maar hij hapert in zijn formuleringen en lichaamstaal. Hij wil zijn standpunt zorgvuldig geformuleerd hebben om gezag uit te stralen, maar struikelt over zijn woorden.

Nu zal iedereen, behalve een harde kern van neonazi's, revisionisten en de leden van de Pius X-broederschap, gelukkig blijven horen dat de man en zijn overtuigingen fout zijn, maar het optreden onthult, geloof ik, ook nog iets anders. Hier spreekt iemand die zijn natuurlijk gezag alleen heeft hoeven laten gelden in de besloten kring van zijn suspecte bentgenoten. Wie niet wordt tegengesproken, spreekt met gemak. Wie het vermoeden heeft op zere tenen te trappen, zich op glad ijs te begeven of zware tegenwind te zullen krijgen, gaat aarzelen. Eigenwijs is Williamson, en daarom spreekt hij zijn foute visie hardop uit, maar hij is ook verwend door stiekeme medestanders. Zo krijgen we een glimp te zien van het besloten, in zichzelf gekeerde wereldje van ultra-orthodoxe katholieke priesters, die zichzelf en hun standpunten innig omarmen. Door het optreden van Williamson zien we hoe besloten en wereldvreemd ze zijn. Wellicht is dat een troost, omdat het de hoop biedt dat ze hun plannen nooit zullen kunnen verwezenlijken. Het wachten is overigens nog steeds op een knieval van Williamson. Niet dat ik verwacht dat hij die zal maken...

zaterdag 31 januari 2009

Vanuit de leunstoel

Ik ga eindelijk weer eens naar Londen. Voor het eerst in elf, twaalf jaar. Schandalig voor zo'n anglofiel als ik, al ben ik eigenlijk meer scottofiel (scotofiel?). Maar nu komt het er dan - Deo volente - van: trein, boot en hotel zijn geboekt. Wat me te wachten staat? In elk geval een goedkoper Londen dan de laatste keer dat ik er was. Het Britse pond staat vrijwel gelijk aan de euro. Dus moet ik zeggen: valutagewijs goedkoper, want de verleiding om nu boeken en museumcatalogi te kopen zal nog groter zijn. Remedie: een krappe koffer meenemen.

Voornemen is nu om weer eens een goede kaart van Londen te bestuderen en minstens één goede reisgids te lezen en misschien ook nog wel een beknopte geschiedenis van de hoofdstad. Om vervolgens tot een verantwoorde lijst van te bezichtigen instellingen en musea te komen. Daar zit - weet ik nu al - in elk geval de National Gallery bij. En een paar uur zwerven door een stukje ongerept (?) Dickensiaans Londen, met denkbeeldige hoge hoed en wandelstok. En een bezoek aan de gereconstrueerde Globe. En een bezoek aan Dr. Johnson's House. En een bezoek aan een paar boekwinkels, aan het V&A Museum, aan de Royal Albert Hall, aan de Tate, aan de Tower, St. Paul's Cathedral, de Westminster Abbey, St. Martin in the Fields, Keats House, minstens vijf pubs, een theater waar Pinter of Beckett wordt opgevoerd, de British Library, Sloane's Museum, Soho, Picadilly Circus, het Museum of Natural History, Harrod's, Buckingham Palace en de Houses of Parliament, en dan de volgende dag..... Whaaaaah! Echt reizen is de nachtmerrie van een 'armchair traveller' zoals ik.