Goed voornemen? Haalbaar voornemen? Idioot voornemen? Geen antwoord.

Maar we gaan het proberen. Af en toe een verhaal, een fragment, wat gedichten en een toneelstuk, maar g'e'en romans meer. Ik ben het helemaal zat. Al die pillen van twee-, drie-, vierhonderd bladzijden. En dan na vijftig bladzijden al gaan zitten piekeren hoe lang ik nog moet. Ophouden ermee! Ja maar, hoor ik al roepen, je leest de verkeerde romans! Dat kan, ik sluit het niet uit, maar feit is dat ik genoeg heb van alweer een (prachtig) verzonnen verhaal over, ik noem maar wat, een jongen die in 1815 met zijn moeder op wereldreis gaat, met uitvoerige beschrijvingen over het vertrek vanuit de haven, de weersgesteldheden, het tuigage, de achtergronden van moeders psyche, de gruwelen van het leven op zee, enzovoort enzovoort. Ik berg vanavond Murakami's Kafka on the Shore en alle andere klaar- en openliggende en halfgelezen romans van wereldfaam weer in de boekenkast en zet me aan GEEN-FICTIE, met af en toe een uitstapje naar bovengenoemde genres. Ik wil me nu een jaar lang vrijwel uitsluitend laven aan de re"ele werkelijkheid die echt ongelogen waar gebeurd is, want die schijnt vaak nog gekker te zijn dan de meest bizarre verhalen. Las ik in een roman. Ik ga op reis met Mungo Park, laat me door Floris Cohen meevoeren naar de wereld van Kepler en Newton, vlieg in gedachten mee met de vroegste aviateurs, verslind de nieuwste catalogus van ons plaatselijk museum, grijp tussendoor nog eens naar de autohagiografie Mijn biografie van Chriet Titulaer (zus, bedankt!), ga nu eindelijk de nieuwe Bosatlas kaart voor kaart bestuderen, stort me in de nieuwe nederlandstalige biografie van Beethoven... Als het maar werkelijkheid is, tastbaar en waar! Als het maar niet verzonnen is, bedacht, naar het leven geschilderd doch uitvergroot, geheel aan het brein der auteur ontsproten, al dan niet meeslepende Verzonnenheid!!
Grootste vraag, wellicht al over afzienbare tijd te beantwoorden: is het bovenstaande nu fictie of geen-fictie?
De reisverslagen zijn fascinerende lectuur, zoals dat heet, vol onverwachte details en vrijwel geheel verstoken van het Europese superioriteitsgevoel dat latere koloniserende machten kenmerkte. Park was oprecht geïnteresseerd in zijn nieuwe omgeving, sloot (vroeg)wijze verdragen met de locale machthebbers en voegde zich over het algemeen soepel in het westafrikaanse leven. Niet in alle opzichten natuurlijk, want het klimaat was gruwelijk, zeker op de tweede reis die te laat begonnen was en midden in het regenseizoen viel. Mungo schrijft helder en koel en zeer gedetailleerd, zozeer zelfs dat je je afvraagt waar hij de tijd en vooral de energie vandaan haalde om überhaupt iets te noteren na weer een dag van verzwakking en uitputtende klauterpartijen. Schotse stoer- en koppigheid, zullen we maar zeggen. Bovendien is zijn eerste reisverslag bewerkt vóór publicatie door een onbekende, die er wellicht een licht verfraaiend waas overheen heeft getrokken.
Het begint meteen al met opus 1, de Passacaglia. Een fascinerend stuk en het begin en einde met de kale ver uiteenliggende noten doet onmiddellijk denken aan de Ricercare (waar hij de opeenvolging van lange kale noten 'losgooit' door de hele frase te verdelen over meerdere instrumenten). Voor Carter hou ik nog even mijn hart vast: ik kocht daar ooit eerder een cd van - hij is per slot van rekening de grand old man van de Amerikaanse moderne klassieke muziek - en die 'viel me niet mee'. 