maandag 7 maart 2011

Orkestliederen

Het lied en de liedkunst zijn wat mij betreft wat ondergeschoven kindjes in mijn nimmer verflauwende belangstelling voor klassieke muziek, met uitzondering van het zogeheten orkestlied. Dat aparte genre kan zich al heel lang in mijn belangstelling verheugen. Een zanger, maar liever nog een zangeres jubelt en kweelt met begeleiding door een heus orkest. Goede voorbeelden zijn natuurlijk de liedercycli van Gustav Mahler (Rückertlieder, Kindertotenlieder, Lieder eines fahrenden Gesellen), Richard Strauss (Vier letzte Lieder en veel andere liederen), Richard Wagner (Wesendocklieder) en Alban Berg (Sieben frühe Lieder).


Ik ontdek er echter telkens weer meer, zoals onlangs het schitterende Il Tramonto van Ottorino Respighi, die bovendien ook andere Shelleygedichten aldus bewerkte (Aretusa, La Sensitiva). De speurtocht gaat door, zeker nu ik door Spotify (ik weet het, beste lezer, ik dreig in herhaling te vervallen) op de meest vreemde en opwindende zijpaden wordt geleid. Van Ravel (Sheherazade) tot Martucci (Notturno), van Britten (Serenade) tot Diepenbrock (Hymnen an die Nacht), van Hendrik Andriessen (Miroir de peine, een regelrechte ontdekking!) tot Lutoslawski (Les espaces du sommeil)... Ik kan er niet genoeg van krijgen. Het is een meer dan verleidelijk genre, dat orkestlied, en het is niet verbazingwekkend dat het in de laat-Romantiek tot grote bloei is gekomen: expressie tot het uiterste gevoerd, dankzij de combinatie van het brede orkestpalet en de menselijke (lees vooral: vrouwelijke) stem.


Op wikipedia is een mooie, maar uiteraard onvolledige opsomming te vinden van de belangrijkste orkestliederen. Daar ontbreken dan bijvoorbeeld nog de hierboven genoemde Martucci en Moessorgski (Liederen en dansen van de dood, orkestratie door Sjostakovitsj) en godweet wat nog meer. Heeft u suggesties, laat maar weten!

zaterdag 26 februari 2011

Interview met Murakami

‘Schrijven is graven, steeds maar dieper’ - Archief - VK

Bij het doorspitten van oude boekenbijlagen - een van die vele zaken die ik moet laten oplopen om er goed mee aan de slag te kunnen - kwam ik dit zeldzame interview met Murakami weer tegen. Ik had het natuurlijk destijds meteen al gezien en gelezen, maar er verder nog niets mee gedaan. Meestal knip ik zoiets uit, stop het in een van de relevante boeken, maar moet dan na verloop van tijd de boekenkast weer helemaal uitmesten, waarbij al die knipsels rigoureus in de papierbak verdwijnen. Nu zocht ik naar een digitale weg van bewaren en lijk die nu gevonden te hebben. Maar hoelang blijft de link bestaan?... Minder lang dan het werk van Murakami, zoveel lijkt me zeker.

maandag 21 februari 2011

Lindh


Ja hoor, zesenvijftig istie en nou komt de ouwe hippie in 'm boven! Zit-ie te klooien met z'n Spotify-speeltje, denkt-ie: "Kdoe es gek en zoek naar Björn J:son Lindh, for old times' sake". Hij zoekt, vindt, luistert en is weer verkocht!!! Geloven jullie dat?! De man van: "I'm strictly classical" luistert weer naar funky music en zit te swingen op z'n stoel. Probeer nummers van het album Guldkorn als 'Lastbrygga' en 'Kullens fyr' en verrek net zoals hij een rugspier van gekkigheid en plezier!


Ken u nog fluiten, fluit dan mee!!!


(Op Youtube is wel wat Lindh-moois te vinden zoals dit nummer)

maandag 31 januari 2011

QR-code

Ja, ik weet het pas sinds vanmorgen, maar dit is een QR-code. Eigenlijk een andere vorm van de bekende barcode. Je kunt er allerhande informatie mee toegankelijk maken. Oorspronkelijk is het ontworpen voor de Japanse autoindustrie om al die verschillende moertjes, schroefjes en versnellingspookjes mee uit elkaar te houden. Maar de toepasbaarheid bleek enorm veel groter en inmiddels zijn die codes zelf aan te maken en vervolgens ergens op aan te brengen, zodat de gelukkige bezitter van een smartphone (ik hoor d'r helemaal bij!) met ingebouwde camera een snelle scan maakt van dit zwartwit vlekje om vervolgens naar een website of een tekst te worden doorgestuurd met meer informatie.
Probeer het maar met bijgaand voorbeeld. Heb ik vanmorgen zelf gemaakt ten behoeve van een tentoonstelling over een boek dat 500 jaar geleden verscheen.

maandag 17 januari 2011

Blue Monday

Mijn broer leefde gisteren helemaal op toen hij het volgende bericht begon te lezen:

Blue Monday: de meest deprimerende dag van het jaar.
Door het slechte weer in januari worden sowieso al meer mensen somber. Daarnaast realiseren mensen zich in de derde week van januari vaak dat ze hun goede voornemens al hebben verbroken en dat het lang duurt voordat ze weer vakantie hebben. Ook zijn de meeste mensen blut door de feestdagen, terwijl veel rekeningen in de derde week van de maand binnenkomen.


Goede voornemens had-tie al niet, vakantie heeft-ie al jaaaaren, maar geen werk, en over geld hoeven we het helemáál niet te hebben. De ideale dag voor meneer Nurks dus: in ieder geval één dag in het jaar die hem op het lijf geschreven is en waar hij ongegeneerd zichzelf kan zijn!

Maar de rest van het artikel joeg hem gezwind weer weg uit deze verruktheid: de dag moest bestreden worden, schreef men! En hoe!!

Zo pak je Blue Monday aan
Eet chocola bij het ontbijt
Geniet van je tuin/terras/balkon
Zeg een vergadering af (ja, 's even kijken welke!)
Pak elk zonnestraaltje mee
Eet bosbessen en granaatappel
Boek een vakantie
(!!!)
Ga uit eten met dikke vrienden (Wááát??)
Maak een nieuwe playlist voor tijdens het sporten (Een playlist?? Sporten????!)
Eet chili (Drinken zullen ze bedoelen!)
Beur iemand op (met mijn rug zeker!)

Getverdemme! De enige redding: dit allemaal niet doen. Geen straf trouwens, want het meeste zou-ie toch al niet doen (bosbessen, dikke vrienden of chili opbeuren: ja, bekijk het!). En dan de nekslag:

Als het allemaal niet helpt:
Ga lekker een uurtje eerder naar bed


Mijn broer gaat vannacht héééél laat naar bed, dat weet-ie nu al!

zondag 16 januari 2011

Vliegende opa

Ik kan het niet laten: ook langs deze weg wil ik graag melding maken van het feit dat mijn opa van moederskant, Leo van Geffen, in april 1910 als eerste en enige in Nijmegen een geslaagde vlucht heeft gemaakt met een zelfgebouwde vliegmachine. Hij is daarmee de officieel als eerste geregistreerde vlucht in Nederland - die van Jan Hilgers in juli 1910 - ver voor geweest.

In het decembernummer van Nijmeegs Katern, een periodieke publicatie van de historische vereniging Numaga te Nijmegen, heb ik uitvoerig verslag gedaan van wat ik heb weten te vinden over mijn opa, de vliegpionier. Uitgangspunt is de hier afgebeelde foto geweest, die allang in de familie circuleerde en waarop mijn opa en twee van zijn broers staan afgebeeld met een zelfgebouwd vliegtuig, aangedreven door een fiets. Sinds het verschijnen van dat artikel ben ik alweer meer aan de weet gekomen, dus dit stukje onbekende vlieghistorie krijgt nog een staartje! Een groot artikel in De Gelderlander van 5 januari jl. over mijn bevindingen in Nijmeegs Katern leverde ook leuke en leerzame reacties op. Voorlopig blijft mijn conclusie onaangetast dat de stad Nijmegen er met opa van Geffen een luchtvaartpionier bij heeft: de titel "Nijmeegsche vliegmensch" (De Gelderlander 26 oktober 1909) heeft hij met ere verdiend!

woensdag 12 januari 2011

Čapek

Nee, echt zin om nog romans te lezen heb ik niet. Dat was begin vorig jaar al een wat bedroefd stemmende conclusie, waar ik me er goddank (?) in 2010 niet op heb vastgepind, maar hetzelfde gevoel overviel me nu weer: waarom nog romans lezen en zeker hedendaagse romans, die toch allemaal onveranderlijk worden aangeprezen als meesterwerken. Als het dan moet, dan maar herlezen: zoals ik al eerder schreef, een ervaring apart.
En dan toch, als door een magische kracht er naartoe getrokken, zie je een boek liggen dat je eenvoudigweg moet kopen en lezen. Het overkwam me vandaag in boekhandel Augustinus, een prettige boekwinkel met lieve, hulpvaardige mensen achter de toonbank. Met grote banieren stond op de winkelruit: OPRUIMING. En ik weet uit ervaring dat hun kasten meestal wel een juweeltje bevatten. Zo vond ik Een doodgewoon leven (1934) van Karel Capek (1890-1938), een uitgave van Wereldbibliotheek uit 2008.
Over het boek had ik bij verschijnen al wat gelezen en het leek me toen wel wat. Nu wist ik dat wat zekerder: ik kocht het en begon vanavond te lezen. En nu wéét ik het absoluut zeker: dit is een boek voor mij (en voor u, lieve lezer!). Wat een schitterende hommage aan het leven, deze beschrijving van een doodgewoon leven, met ongewone trefzekerheid door een zogenaamd doodgewoon mens opgeschreven, waarna het manuscript door de dokter die zijn overlijden heeft vastgesteld wordt doorgegeven aan een belangstellende vage kennis van de overledene. Die voelt zich er wat verlegen mee: "Ik had niet moeten zeggen dat ik het zal lezen. 'Is het de moeite van het lezen wel waard?' vroeg hij onzeker. De dokter haalde zijn schouders op." Zo staat het in de proloog op bladzijde 7.
Ik verzeker u, waarde lezer, dat dat gebaar van de dokter het meest onterechte gebaar in de wereldliteratuur is, wat natuurlijk tegelijkertijd pleit voor de meesterhand van Capek zelf.

Naschrift (31 januari):
Ik heb het boek inmiddels uit (ja, u kijkt naar de datum: inderdaad, ik heb er lang over gedaan, maar deels ook omdat ik er iets anders van 600 bladzijden 'tussendoor' moest lezen) en ben er nog steeds verrukt van. Voor wie van het autobiografische genre houdt, is het een must, maar ook voor iedereen die op zijn eigen leven terugblikt is het een onvergetelijke leerschool. Halverwege het boek begint de autobiograaf in kwestie namelijk te twijfelen en roert zich een innerlijke stem die het geschrevene aan geheel andere interpretaties onderwerpt. Het eind van het liedje is dat er wel vijf, zes, nee zeven of acht levens te onderscheiden zijn: mijn ene leven, zo verzucht de autobiograaf, werd dus door een menigte geleefd en het vaandel met daarop in grote letters 'IK' werd door telkens een ander uit die menigte gedragen. Een doodgewoon leven blijft het, maar wel in al z'n complexiteit. Mocht u dit alles te filosofisch voorkomen: het boek is en blijft tot de laatste bladzijde leesbaar!