zondag 16 oktober 2011

De boekenbusiness van André Schiffrin

De boekenbusinessHa! Lekker ongegeneerd reclame maken voor een boek:

André Schiffrin is een Amerikaanse uitgever, die vanaf de jaren vijftig twee belangrijke vooruitstrevende en voorbeeldige uitgeverijen heeft gerund: Pantheon Books en The New Press. Nieuwe ideeën aanreiken, nieuwe Amerikaanse en onbekende Europese auteurs in de VS introduceren, het maatschappelijk debat stimuleren, dat was zijn manier van uitgeven. Met nadruk "was", want Schiffrin (76) is in ruste, voor zover zo'n bezige geest in ruste kan zijn. "Was" ook, omdat zijn manier van uitgeven met uitroeiing bedreigd wordt, zo betoogt hij in zijn boek The business of books: how international conglomerates took over publishing and changed the way we read (2000, herziene uitgave 2001). Een gedreven boek, een fel pleidooi voor het in stand houden van een bedreigde mensensoort: uitgevers die met een open oog en een geïnformeerde geest rondkijken en boeken durven uit te geven die ons op andere gedachten kunnen brengen. Hoe dat economisch te verantwoorden is? Ja, dat is de eerste (typerend Zeitgemässe) vraag die men zich tegenwoordig stelt en het antwoord is niet gemakkelijk, maar ligt in de buurt van het ideaal dat goddank hier in Nederland en elders nog wel wordt benaderd: men geeft dit soort boeken uit met het geld dat op andere, beter verkopende boeken uit het eigen fonds wordt verdiend. Uitgeverij Wereldbibliotheek gaf de vertaling van Schiffrin uit en dat is tegelijkertijd een aardig voorbeeld van zo'n aanpak: dankzij hun bestsellerauteur Isabel Allende zijn uitgaven als De boekenbusiness mogelijk.

Op maandag 26 september werd de auteur naar Amsterdam gehaald om het verschijnen van de vertaling luister bij te zetten. In de bibliotheek van het Nederlands Letterenfonds waren een groot aantal personen uit het boekenvak bijeen om de maestro zelf te aanhoren. Na Schiffrin sprak Laurens van Krevelen, oud-directeur van Meulenhoff en schrijver van het nawoord bij de Nederlandse editie, waarna een panel onder leiding van Xandra Schutte (De groene Amsterdammer) over de Nederlandse situatie discussieerde. Over het belang van Schiffrins boek was iedereen het eens, over de geldigheid voor Nederland was men verdeeld.

Schiffrin schreef overigens nog meer, onder andere een vervolg op het genoemde boek uit 2000: Words and Money (2010), waarin hij de veranderingen van de laatste tien jaar meeneemt en tegelijkertijd het perspectief breder maakt door ook andere media (film, boekhandel, distributiekanalen enz.) in het verhaal te betrekken. Maar mooier nog dan deze beide boeken is een in 2007 verschenen autobiografie, A political education, waarin zijn beroep overigens een zeer belangrijke rol speelt. Het is een zeer meeslepend boek geworden, niet in de laatste plaats vanwege de vele fascinerende contacten, ontmoetingen en vriendschappen die André Schiffrin (hij is van Russisch-joodse afkomst: zijn vader was Jacques Schiffrin, de man die de Bibliothèque de la Pléiade heeft bedacht) in de loop van zijn leven heeft gehad (en nog altijd heeft). Het is ook een leven vol abrupte wendingen en onvoorziene inbreuken van buitenaf, te beginnen met de gedwongen vlucht uit Frankrijk in 1941.

Van dat boek zou ook eens een vertaling moeten komen!...

vrijdag 7 oktober 2011

Buitenvetter

Normaal gesproken ben ik zelf meer een 'buitenstapper' en een 'binnenvetter'...

zaterdag 10 september 2011

Stil gebed


Eind augustus 2011, een warme asfaltweg ergens in de Franse Cevennen. Af en toe scheurt er een oude Peugeot of Renault voorbij, at breakneck speed, bestuurd door een onverstoorbaar kijkend oud Fransmannetje, voor de rest ist alles Ruh' op deze bergtop. Bij die stilte hoort een gebed, dat in dit geval wordt opgezegd door een roerloze Mantis religiosa, een lid van de familie der bidsprinkhanen. Van dichterbij bekeken (roerloos bleef-tie) bleek zijn aandacht toch vooral op mij en de cameralens gericht en minder op zijn Maker in den hoge. Een alert wezen, klaar voor de aanval, niet voor de vlucht, want toen ik hem (of haar) nog dichter benaderde in de hoop dat hij weg zou springen, zodat Mantis' naasten van een tot twee dimensies gereduceerd familielid verschoond zouden blijven, bleef hij onwrikbaar en onbeweeglijk waar-ie zat en moest ik hem met dringende duwtjes tegen zijn achterkant van de weg af dwingen.


En voor het eerst in lange tijd verzuchtte ik,
de in het overige bermgroen oplossende bidsprinkhaan nakijkend:
'Amen'.


(met dank aan de feilloos determinerende reactie van Jacques)

donderdag 21 juli 2011

Stijlvol !

Over die broer van mij - u weet wel, meneer Nurks - heb ik al wel eens verteld, maar kent u mijn zus al? "Zal ook wel fictief zijn"... hoor ik dat goed? Nee dame/heer, mijn zus is niet fictief, gefingeerd, verzonnen, bedacht en al helemaal niet nurks! Niet dat ik haar hier in persoon ga opvoeren, dus echt bewijs heb ik niet, maar ik laat wel iets van haar zien. Iets waar ze mee bezig is en wat ik u niet wil of mag onthouden:

http://stijlcabinet.com/

Ja, nee, kijkt u maar even wat langer! Klik door, browse, blader, en verbaas u over zoveel moois en mooi gevondens bij elkaar.
Voor zover de site niet voor zich spreekt: Zus doet research en maakt van de archieven van mode-, design- en ambachtsbedrijven een visuele presentatie waar je U tegen zegt. Met alle zorgvuldigheid en schoonheidslievendheid die in haar is. Of ik trots op haar ben? Jazéker wel!

vrijdag 15 juli 2011

'Had u al een jubileum gehad mevrouwtje?'

'Jazeker, al menig jubileum!'
Als je negentig wordt, is dat ook niet zo gek natuurlijk. Vijftig worden is al een mooie mijlpaal (weet ik uit eigen ervaring), en vijfentwintig of veertig jaar getrouwd zijn, lijkt me ook een prestatie en het vieren waard. Maar negentig worden! Goed, de mobiliteit laat te wensen over, to put it mildly, maar goddorie, dat koppie gaat nog heel goed mee, idem. 'U heeft ze alle 120 procent nog', zei een van de vele, vele specialisten die mijn moeder de afgelopen jaren moest bezoeken. Je hoeft haar niets wijs te maken over het nieuws, wereldwijd en Nijmeegs: ze houdt het allemaal bij.
En wat in principe een vervelende combinatie kan zijn - scherp van geest en een lichaam dat daar steeds verder bij achterblijft - is bij mijn moeder geworden tot hooguit privé eens een klacht, maar als je bij haar langsgaat of een uitstapje met haar maakt, is ze gewoon een plezier om mee om te gaan.
Dus stap ik vandaag met extra opgewekte tred door het leven: ik ben de zoon van een sterke en lieve moeder van negentig. Een foto uit haar jeugd is er niet meer: de hele inboedel van haar ouderlijk huis aan de Hugo de Grootstraat ging aan het eind van de oorlog (Nijmegen frontstad) in vlammen op. Dus neem ik mijn toevlucht tot een min of meer willekeurige foto van communicantjes uit 1921. Ze zou er zomaar tussen kunnen staan:

vrijdag 17 juni 2011

Sherwood Anderson


Winesburg, Ohio verscheen voor het eerst in 1919. Het heeft sindsdien de status verworven van een twintigste-eeuwse klassieker binnen de Amerikaanse letterkunde. De auteur, Sherwood Anderson, heeft grote invloed uitgeoefend op veel beroemdere schrijvers als Hemingway en Scott Fitzgerald. So what? zult u zeggen; er zijn zoveel klassiekers en m'n hoofd zit al vol. Zo dacht ik er ook over. Tot iemand me op het boek wees: het is onlangs in een nieuwe Nederlandse vertaling (door Nele Ysenbaert) verschenen bij Van Oorschot en de vertaling moet het begin markeren van een nieuwe reeks, de Amerikaanse Bibliotheek. Nieuwsgierig geworden schafte ik het boek aan (als e-boek in een betrouwbare Modern Library-editie) en begon te lezen.

Wat begint als een ogenschijnlijk eenvoudige reeks korte vertellingen, eindigt als een verpletterende hommage aan de verscheidenheid van het Leven. Een onbeduidend Amerikaans stadje met een beperkt aantal inwoners is aanleiding voor een dieppeilende beschouwing van individuele levens, die in onopgesmukte, maar uiterst doeltreffende taal een totaal onvermoede glans verkrijgen. Soms is Andersons stijl op het bijbelse af, zoals in de vier vertellingen waarin boer-tegen-wil-en-dank Jesse centraal staat. Zijn groeiend religieus fanatisme maakt hem tot een gesel Gods en de scène waarin hij onbewust zijn kleinzoon David de stuipen op het lijf jaagt in een poging zichzelf op te zwepen tot het enige ware doorgeefluik van God, is onvergetelijk. De jongen vlucht in blinde paniek weg van de oude man, die hem  met een mes in de hand lijkt te achtervolgen (hij wil slechts het lam slachten dat de jongen bij zich had). De jongen pakt zijn katapult en treft de grootvader, die als Goliath ter aarde stort. Naderhand is de oude man (die slechts bewusteloos raakte) tot geen ander commentaar over de kwestie te verleiden dan dat hij ervan overtuigd is dat de jongen - die sinds het voorval spoorloos is -  door een boodschapper van God is meegenomen, als straf voor zijn al te gretig streven naar de glorie Gods.

Centrale figuur is George Willard, die als journalist voor het plaatselijke sufferdje met vrijwel alle bewoners van Winesburg contact heeft en in wie een zelfportret van Anderson op jeugdige leeftijd te ontdekken is. Een van de meest cruciale ontmoetingen die Willard heeft is die met de gedoemde dokter Parcival, die zelf een boek had willen schrijven op basis van de simpele overtuiging dat iedereen in de wereld Christus is en gekruisigd zal worden. Het boek is er goddank gekomen en ligt nu in de boekhandel.

maandag 30 mei 2011

Korte Broekjesdag

Ik refereer niet graag aan Martin Bril. Die schreef best aardige en soms briljante dingen, maar die door de Volkskrant in gang gezette adoratie: bah! Maar nou moet het toch maar, omdat mij eenzelfde onrustgevoel overvalt als hem. Hij vond er de term Rokjesdag voor uit, als personen van de vrouwelijke overtuiging zich voor het eerst in rokjes over straat wagen.

Vandaag is het warm, heel warm. Maar Rokjesdag 2011 is allang geweest. Vandaag is het Korte Broekjesdag.

Korte broekjes gedragen door vrouwen, bedoel ik. Van korte broeken door mannen gedragen wil ik om meer dan één reden niks weten. Jonge vrouwen lopen hier al de godganse dag af en aan met al dan niet tot in de hemel reikende blote benen die pas ophouden als de al dan niet gerafelde zoom van een ZKB'tje (een Zeer Kort Broekje: ja, A.L. Snijders met je vervelende ZKV's: bedankt!) eindelijk in beeld komt. En ik zeg u: het Rokje is verleidelijk, maar het ZKB'tje, liefst in combinatie met een paar welgeschapen benen én... nee, geen naaldhakken, maar korte laarsjes, dat is om Sprakeloos van te worden. Vandaar dat ik vandaag uitroep tot Korte Broekjesdag 2011.

Grunberg schreef het al naar aanleiding van de Strauss-Kahn-affaire: "Alle mannen worden uiteindelijk vieze oude mannen." He can rest his case.