zondag 1 augustus 2010

Bala

Voor de oplettende lezers die Austerlitz van W.G. Sebald hebben gelezen (en wie dat nog niet gedaan heeft: nú beginnen!), moeten de twee vorige blogberichten een schok(je) teweeg hebben gebracht. Bala, Bala Lake, was dat niet...? Inderdaad, Bala Lake is de troosteloze omgeving waar Jacques Austerlitz na zijn 'reddende' transport uit het door oorlog verscheurde Duitsland terechtkomt. In het huis van een strenge dominee, een huis waar nauwelijks gesproken wordt en waar vrijwel nooit een raam wordt opengezet. Daar ontdekt de jonge Austerlitz een kloeke bijbel met ouderwetse gravures, waarvan er een (afgedrukt in de roman) het kamp van de Israëlieten in de bergachtige woestijn weergeeft. Deze uiterst sombere prent geeft echter in zijn beleving zijn eigen omgeving weer, de hoge sombere heuvels, de sporadische tekenen van menselijke bewoning of bemoeienis, de immer bewolkte hemel.

Met die prent voor ogen reed ik ook halverwege de vakantie in Wales naar Bala. Ik hield mijn hart vast, maar het weer was de hele tijd al zo stralend geweest dat ik mezelf eigenlijk een aansteller vond: zo deprimerend kon het er bij Bala toch niet uitzien, zeker niet nu de rest van Wales zo ontspannen en liefelijk lag te stralen in de zon? In de buurt van het meer aangekomen, bleken er echter hogere machten mee te spelen: de lucht betrok. Iets in mij reageerde opgelucht: zo hoort het. Alsof nu ook de weergoden zeiden: ja, die Sebald is een groot schrijver en wij voegen ons naar zijn wensen. Als hij Bala Lake beschrijft als voortdurend door de gesel Gods geslagen, dan werken wij daar graag aan mee...

De weersverslechtering duurde maar even, Bala zelf bleek een door een andere gesel geslagen - die der toeristen - en de omgeving was groen en springlevend. Ik kon het toch niet nalaten: toen we ons huisje met uitzicht op het meer betraden, was mijn eerste handeling bijna onwillekeurig: ik heb alle ramen opengezet.

Voor de liefhebber hierbij een prent die zich alleraardigst laat vergelijken met de prent in
Austerlitz:

vrijdag 2 juli 2010

Uit de bol


Bala Lake, vrijdagmiddag 2 juli 16:53 uur (GMT): diepe stilte... Maar op ITV wordt onze Wesley tot "Man of the Match" uitgeroepen!

maandag 28 juni 2010

NL in het buitenland


Oranje wint van Karpatenkoppen uit Slowakij. Het was hier helemaal stil op straat rond Bala Lake, Wales. Doch slechts uit één cottage klonken triomfkreten...

zaterdag 12 juni 2010

Schiffrin

Ja, weinige lezers die hebben volgehouden, de banvloek is opgeheven en er stroomt weer water door mijn blogbedding. Weinig nog maar, een dun stroompje, en het is bidden dat het nog eens flink gaat regenen in Woordenland, maar het is er weer, het L.S.-beekje waaraan u zich laafde (of ergerde).
Reden: zie mijn blogje van 29 maart. Alleen: de vertaling is nu af, voorzover een vertaling af kan zijn. In juli, als ik terug ben van mijn vakantie met E-Flor in Wales, wachten mij nog de correcties en later de drukproeven, maar vooralsnog is het chapiter gesloten. Goddank, moet ik erbij zeggen, want André Schiffrin's boekske is me niet altijd even aangenaam geweest als gezelschap. Nog afgezien van alle uurtjes die het me gekost heeft, heb ik me bij vlagen ook wel geërgerd aan het 'vroeger-was-alles-beter' van het boek, waarin deze Amerikaanse uitgever terugkijkt op een lange carrière bij een aantal onafhankelijke uitgeverijen. Die worden de lezer voorgehouden als het nec plus ultra van de uitgeverswereld en de grote concerns zijn onveranderlijk de grote kwaaie en immer geldbeluste pier. Ook ons eigen (?) Reed-Elsevier krijgt ervan langs, niet helemaal ten onrechte overigens, maar het intellectualistisch zelfgenoegzame toontje van Schiffrin staat me bijna net zo hard tegen als de geldwolverij van zijn grootgeschapen tegenstanders.
Wat wel goed en bij vlagen indrukwekkend goed is aan The Business of Books, zoals de titel luidt, is het blootleggen van de tendens om alles makkelijk en oppervlakkig te maken. Het oude adagium 'hou jij ze arm , dan houd ik ze dom' doet (alwéér) vrolijk opgeld in onze maatschappij, waarin voetbal, Sieneke en minder voor de hand liggende verleiders (25 televisiezenders, waarvan er slechts twee of drie iets noemenswaardigs weten uit te zenden) ons sederen tot op het punt dat we het hoofd geheel in de schoot leggen...
Vroeger was het dus niet beter, maar anders-slecht, minder grootschalig-slecht wellicht.

Met deze opwekkende woorden keer ik terug in het blogwezen....

vrijdag 30 april 2010

Het aangezicht van Venetië

Wie door Venetië loopt - liefst buiten de gebaande paden, omdat men daar tot rust komt en van details kan genieten - ziet hoeveel zorg er door stadsbestuur en bewoners is besteed aan het behoud van de oude façade van de stad. Nergens schreeuwerige uithangborden, geen bonte variëteit aan huisnummerbordjes, geen reclame of andere opzichtige moderniteiten. Venetië is een statische stad, die haar opmaak van drie eeuwen (16e, 17e en 18e eeuw) liefheeft en dus wenst te behouden. Ook de brievenbussen en deurbellen zijn uniform gehouden en variëren slechts in hoeveelheid per woning. Dat enige speelsheid de Venetianen echter niet vreemd is, blijkt uit onderstaand beeld in marmer en koper, ergens in de wijk Castello:

donderdag 22 april 2010

Biglietteria

Aan de gezellige chaos die als van oudsher heerst op een treinstation, wordt in Italië nog een extra scheut gedaver, geschreeuw en gezwaai toegevoegd. Daar is echter goed aan te wennen, zoals blijkt uit persoonlijke ervaring: bij het vertrek uit de bezochte stad is men er tamelijk gelaten onder. In ons geval hadden we een week Venetië achter de rug, een stad die - net als Rome en Florence - een hevige aanslag doet op het esthetisch (en anti-esthetisch) incasseringsvermogen. Een week in zo'n stad doorbrengen zonder huilend op de stoeprand terecht te komen, zoals Stendhal, is dus al een aardige blijk van weerstandsvermogen. En een geduldig verdragen van het onvoorspelbare gedraal, plotseling stilstaan, snel nog even voorlangs schieten en plotsklaps een arm uitsteken van de drommen toeristen is ook al een goed voorteken. Die vormen van druk zijn dus goed te weerstaan.

Waar NIET aan te wennen is, dat is de combinatie van Italië, stress en loketbeambte. Bij deze doe ik een oproep aan het gemeentebestuur van Venetië: op de toch al niet fraai geïntegreerde nieuwbouw van het station Venezia-S. Lucia in de stad mag wat mij betreft de volgende bekende tekst groot op de gevel worden aangebracht:

Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate

Reden: de ongelofelijke zakkenwasser die ons vanachter zijn dubbele glazen wand te woord stond ('onwillig en bokkig duldde' zou een betere omschrijving zijn) en ons na enig grommen een volkomen onnut kaartje Venezia-Verona door de uitsparing toeschoof, mag diezelfde dubbele glazen wand dankbaar zijn, anders hadden we hem getweeën - na tweeëneenhalf uur hoopvol wachten - ongetwijfeld over de balie getrokken en van zeer nabij toegesproken in onvervalst Nederlands, waarvan de betekenis hem niet, maar de strekking wél heel duidelijk zou zijn geworden. Omstanders zouden nog net hebben weten te beletten dat van verbaal tot ander geweld zou zijn overgegaan.

Voor alle duidelijkheid: we zijn blij met Italië en de meeste Italianen, en vooral met hun prachtige steden Florence, Siena, Rome en Venetië. En we waren ook heel blij met ons treinkaartje dat we aan een ander loket (weer tweeëneenhalf uur wachten) met veel geduld van een vermoeid ogende jonge vrouw uitgereikt kregen. En uiteindelijk verdwijnen ook de grotere en kleinere ergernissen achter de betoverende herinneringen aan een Bijzondere Stad. Maar de herinnering aan die zwaar ongemotiveerde, bewust obstruerende, heimelijk sarrende semi-Demjanjuk achter z'n dubbele glazen wand.... dat heeft nog even tijd nodig.

maandag 19 april 2010

Stuck in Venice


Afgelopen zaterdag was de Terugvlucht na vier dagen Venetië. Niet dus. Met dank aan de Snaefelsjoköl of zoiets. Woensdag hopen we terug te zijn. Er zijn ergere plaatsen om gevangen te zitten...