maandag 31 januari 2011

QR-code

Ja, ik weet het pas sinds vanmorgen, maar dit is een QR-code. Eigenlijk een andere vorm van de bekende barcode. Je kunt er allerhande informatie mee toegankelijk maken. Oorspronkelijk is het ontworpen voor de Japanse autoindustrie om al die verschillende moertjes, schroefjes en versnellingspookjes mee uit elkaar te houden. Maar de toepasbaarheid bleek enorm veel groter en inmiddels zijn die codes zelf aan te maken en vervolgens ergens op aan te brengen, zodat de gelukkige bezitter van een smartphone (ik hoor d'r helemaal bij!) met ingebouwde camera een snelle scan maakt van dit zwartwit vlekje om vervolgens naar een website of een tekst te worden doorgestuurd met meer informatie.
Probeer het maar met bijgaand voorbeeld. Heb ik vanmorgen zelf gemaakt ten behoeve van een tentoonstelling over een boek dat 500 jaar geleden verscheen.

maandag 17 januari 2011

Blue Monday

Mijn broer leefde gisteren helemaal op toen hij het volgende bericht begon te lezen:

Blue Monday: de meest deprimerende dag van het jaar.
Door het slechte weer in januari worden sowieso al meer mensen somber. Daarnaast realiseren mensen zich in de derde week van januari vaak dat ze hun goede voornemens al hebben verbroken en dat het lang duurt voordat ze weer vakantie hebben. Ook zijn de meeste mensen blut door de feestdagen, terwijl veel rekeningen in de derde week van de maand binnenkomen.


Goede voornemens had-tie al niet, vakantie heeft-ie al jaaaaren, maar geen werk, en over geld hoeven we het helemáál niet te hebben. De ideale dag voor meneer Nurks dus: in ieder geval één dag in het jaar die hem op het lijf geschreven is en waar hij ongegeneerd zichzelf kan zijn!

Maar de rest van het artikel joeg hem gezwind weer weg uit deze verruktheid: de dag moest bestreden worden, schreef men! En hoe!!

Zo pak je Blue Monday aan
Eet chocola bij het ontbijt
Geniet van je tuin/terras/balkon
Zeg een vergadering af (ja, 's even kijken welke!)
Pak elk zonnestraaltje mee
Eet bosbessen en granaatappel
Boek een vakantie
(!!!)
Ga uit eten met dikke vrienden (Wááát??)
Maak een nieuwe playlist voor tijdens het sporten (Een playlist?? Sporten????!)
Eet chili (Drinken zullen ze bedoelen!)
Beur iemand op (met mijn rug zeker!)

Getverdemme! De enige redding: dit allemaal niet doen. Geen straf trouwens, want het meeste zou-ie toch al niet doen (bosbessen, dikke vrienden of chili opbeuren: ja, bekijk het!). En dan de nekslag:

Als het allemaal niet helpt:
Ga lekker een uurtje eerder naar bed


Mijn broer gaat vannacht héééél laat naar bed, dat weet-ie nu al!

zondag 16 januari 2011

Vliegende opa

Ik kan het niet laten: ook langs deze weg wil ik graag melding maken van het feit dat mijn opa van moederskant, Leo van Geffen, in april 1910 als eerste en enige in Nijmegen een geslaagde vlucht heeft gemaakt met een zelfgebouwde vliegmachine. Hij is daarmee de officieel als eerste geregistreerde vlucht in Nederland - die van Jan Hilgers in juli 1910 - ver voor geweest.

In het decembernummer van Nijmeegs Katern, een periodieke publicatie van de historische vereniging Numaga te Nijmegen, heb ik uitvoerig verslag gedaan van wat ik heb weten te vinden over mijn opa, de vliegpionier. Uitgangspunt is de hier afgebeelde foto geweest, die allang in de familie circuleerde en waarop mijn opa en twee van zijn broers staan afgebeeld met een zelfgebouwd vliegtuig, aangedreven door een fiets. Sinds het verschijnen van dat artikel ben ik alweer meer aan de weet gekomen, dus dit stukje onbekende vlieghistorie krijgt nog een staartje! Een groot artikel in De Gelderlander van 5 januari jl. over mijn bevindingen in Nijmeegs Katern leverde ook leuke en leerzame reacties op. Voorlopig blijft mijn conclusie onaangetast dat de stad Nijmegen er met opa van Geffen een luchtvaartpionier bij heeft: de titel "Nijmeegsche vliegmensch" (De Gelderlander 26 oktober 1909) heeft hij met ere verdiend!

woensdag 12 januari 2011

Čapek

Nee, echt zin om nog romans te lezen heb ik niet. Dat was begin vorig jaar al een wat bedroefd stemmende conclusie, waar ik me er goddank (?) in 2010 niet op heb vastgepind, maar hetzelfde gevoel overviel me nu weer: waarom nog romans lezen en zeker hedendaagse romans, die toch allemaal onveranderlijk worden aangeprezen als meesterwerken. Als het dan moet, dan maar herlezen: zoals ik al eerder schreef, een ervaring apart.
En dan toch, als door een magische kracht er naartoe getrokken, zie je een boek liggen dat je eenvoudigweg moet kopen en lezen. Het overkwam me vandaag in boekhandel Augustinus, een prettige boekwinkel met lieve, hulpvaardige mensen achter de toonbank. Met grote banieren stond op de winkelruit: OPRUIMING. En ik weet uit ervaring dat hun kasten meestal wel een juweeltje bevatten. Zo vond ik Een doodgewoon leven (1934) van Karel Capek (1890-1938), een uitgave van Wereldbibliotheek uit 2008.
Over het boek had ik bij verschijnen al wat gelezen en het leek me toen wel wat. Nu wist ik dat wat zekerder: ik kocht het en begon vanavond te lezen. En nu wéét ik het absoluut zeker: dit is een boek voor mij (en voor u, lieve lezer!). Wat een schitterende hommage aan het leven, deze beschrijving van een doodgewoon leven, met ongewone trefzekerheid door een zogenaamd doodgewoon mens opgeschreven, waarna het manuscript door de dokter die zijn overlijden heeft vastgesteld wordt doorgegeven aan een belangstellende vage kennis van de overledene. Die voelt zich er wat verlegen mee: "Ik had niet moeten zeggen dat ik het zal lezen. 'Is het de moeite van het lezen wel waard?' vroeg hij onzeker. De dokter haalde zijn schouders op." Zo staat het in de proloog op bladzijde 7.
Ik verzeker u, waarde lezer, dat dat gebaar van de dokter het meest onterechte gebaar in de wereldliteratuur is, wat natuurlijk tegelijkertijd pleit voor de meesterhand van Capek zelf.

Naschrift (31 januari):
Ik heb het boek inmiddels uit (ja, u kijkt naar de datum: inderdaad, ik heb er lang over gedaan, maar deels ook omdat ik er iets anders van 600 bladzijden 'tussendoor' moest lezen) en ben er nog steeds verrukt van. Voor wie van het autobiografische genre houdt, is het een must, maar ook voor iedereen die op zijn eigen leven terugblikt is het een onvergetelijke leerschool. Halverwege het boek begint de autobiograaf in kwestie namelijk te twijfelen en roert zich een innerlijke stem die het geschrevene aan geheel andere interpretaties onderwerpt. Het eind van het liedje is dat er wel vijf, zes, nee zeven of acht levens te onderscheiden zijn: mijn ene leven, zo verzucht de autobiograaf, werd dus door een menigte geleefd en het vaandel met daarop in grote letters 'IK' werd door telkens een ander uit die menigte gedragen. Een doodgewoon leven blijft het, maar wel in al z'n complexiteit. Mocht u dit alles te filosofisch voorkomen: het boek is en blijft tot de laatste bladzijde leesbaar!

vrijdag 7 januari 2011

Spotify

Met een goed, geïnteresseerd en muzikaal gezelschap spelen we al jaren Discotabel na. Eén of twee fragmenten van klassieke muziekstukken worden in drie of vier uitvoeringen achter elkaar gedraaid en dan is het aan ons om commentaar te leveren en te oordelen. Af en toe verdraaid lastig en ook een beetje lachwekkend, want je vergelijkt per slot van rekening de 'groten der aarde' en dan is het niet te verwachten dat er echt 'bocht' bij zit. Maar je gaat intensiever en kritischer luisteren, waarbij verrassingen en nieuwe perspectieven nooit zijn uitgesloten en en passant enkele groten van hun voetstuk vallen. Daarnaast hebben we ook nog eens een aangename avond, ontdekken we nieuwe muziek of musici en koesteren we de uitvoeringen die ons echt gegrepen hebben.

Het is soms lastig om voldoende goede uitvoeringen bij elkaar te brengen. We zijn met z'n zevenen en bij de bekendere werken lukt het wel om drie of vier versies te kunnen presenteren, maar bij onbekender werk is dat wat moeilijker. Daar is nu een oplossing voor: Spotify. Het enige wat we nu nodig hebben is een pc of laptop (of iPad) die op boxen of een geluidsinstallatie kan worden aangesloten et voilà. Spotify is een programma waarmee bijna gratis via je pc of smartphone oceanen aan muziek kan worden beluisterd.
Ik beluister nu de Symfonische etuden van Schumann. Ik koester al jaren de uitvoering door Svjatoslav Richter, maar nu heb ik andere uitvoeringen onder handbereik, bijvoorbeeld van Ivo Pogorelich, Myra Hess, Julius Katchen, Alfred Brendel, Maurizio Pollini, Wilhelm Kempf (niks aan!), Andras Schiff en de mij onbekende Ragna Schirmer. Voor bijna gratis en voor niets. Hoe kan dat? Ga naar Spotify en ontdek het zelf. En voor veel meer dan alleen klassieke muziek!

Twee nadelen: bij het afspelen is af en toe een korte pauze hoorbaar tussen delen die in elkaar zouden moeten overgaan en er ontbreken wel eens uitvoeringen die je ook graag zou beluisteren en vergelijken. Zo is Richter niet vertegenwoordigd in het rijtje van Schumann's Symfonische etuden! En voor wie het wil weten: ik heb nog niet alle uitvoeringen beluisterd, maar Pollini is de voorloper runner-up van Richter, en Pogorelich doet eigenzinnig genoeg, maar alles dit keer binnen de grenzen van het acceptabele.

woensdag 22 december 2010

Werkplek

De schoonmaakploeg op het werk heeft een nieuw wapen ontwikkeld tegen vieze werkplekken. Gisteren kregen we allemaal een plastic matje onder onze stoel, want er wordt wat mee naar binnen gesleept in deze winterse tijden...


Een beetje onzeker gingen we allemaal weer op onze plek zitten, voorzichtig de stoel over het knisperende matje rollend om te zien of het wel bleef liggen. Dat ging goed. Met de gedachten geheel bij het nieuwe voorwerp onder onze voeten gingen we verder met het werk. Een beetje houterig typten we wat. Alsof we ineens jaren ouder waren geworden. Hoe kwam dat toch? Door zo'n plastic matje, zo'n zeiltje tegen nat en vuil ... een incontinentiezeiltje!

dinsdag 14 december 2010

Reis naar de doden van Corsica

Mijn hart sprong op, toen ik onlangs in de beste boekhandel in de wijde omtrek een nieuwe Nederlandse uitgave van W.G. Sebald zag liggen. Het betrof de vertaling van Campo Santo. Meteen en zonder aarzelen gekocht, want deze schrijver is mij, sinds ik geheel van mijn voeten werd gezwiept door zijn grote en grootse roman Austerlitz, dierbaar in het kwadraat. Campo Santo bevat essays over andere schrijvers, maar begint met vier fragmenten uit een onvoltooid prozawerk, waarin een reis naar Corsica centraal staat. Het tweede fragment, onder de titel 'Campo Santo', gaat over een bezoek aan de begraafplaats van het dorp Piana, waar de ik-figuur rondstruint en mijmert over de doden die daar, alnaargelang hun rijkere of armere status in hun aardse leven, met zwaardere of lichtere grafstenen monumenten worden verhinderd zich onder de levenden te mengen. Tevergeefse moeite, zo blijkt uit de locale overtuiging dat de overledenen 'niet werden beschouwd als doden die zich voorgoed op de veilige afstand van de andere wereld bevonden, maar als familieleden die nog steeds aanwezig waren, alleen maar in een bijzondere toestand verkeerden en in de communità dei defunti een soort solidaire gemeenschap vormden tegen hen die nog niet waren gestorven.' (p. 37) Volgt een uitgebreide beschrijving van alle middelen waarvan de overledenen zich bedienen om zich in het hiernamaals te manifesteren, afgesloten door een prachtige tirade tegen de moderne tijd, waarin de betekenis van de doden afneemt. Dat is het gevolg van het razendsnel toenemen van de wereldbevolking, waardoor wij gedwongen zijn onze aandacht te richten op wat om ons heen gebeurd en 'de manier waarop wij van de overledenen afscheid nemen gekenmerkt wordt door een slecht verholen schamelheid en haast.' Ik zou graag de hele passage van p. 42-43 citeren, maar ik laat dat aan de nieuwsgierig geworden lezer over...

Na dit voorlopige hoogtepunt van het boek, sloot ik het voor korte tijd om even bij te komen van zoveel briljant verwoord cultuurpessimisme en besloot in een opwelling even later een willekeurig essay over een van Sebald's literaire helden te lezen. Ik koos voor 'Droomtexturen: kleine notitie over Nabokov'. Het blijkt te gaan over een wezenskenmerk van Nabokov's schrijversschap, die iedereen bekend zal voorkomen die iets van deze woordtovenaar gelezen heeft, namelijk zijn neiging om zijn figuren van buitenaf en zelfs van bovenaf te beschouwen: 'In elk geval wekken de meest briljante passages van zijn proza vaak de indruk dat ons doen en laten in de wereld wordt geobserveerd door een buitenaardse soort die nog in geen enkele taxonomie voorkomt en waarvan de afgezanten zo nu en dan een gastrol spelen in het toneelstuk dat door de levenden wordt opgevoerd. Zoals wij hen zien, zo zien zij ons vervolgens, aldus Nabokovs veronderstelling, als vluchtige, transparante wezens met een onzekere afkomst en bestemming. (...) Stil, bezorgd en bedroefd, lijden ze er kennelijk zeer onder dat ze buiten de maatschappij zijn gesloten, daarom zitten ze ook meestal, aldus Nabokov, wat terzijde en staren ze ernstig voor zich uit naar de grond, alsof de dood een donkere vlek of een schandelijk familiegeheim is.' (p. 189) Een treffende gelijkenis tussen de Corsicaanse doden en Nabokovs figuren.

Is het nu toeval dat ik die twee fragmenten uit het oeuvre van Sebald zo achter elkaar heb gelezen? Het moet nog bewezen worden door wat ik verder in Campo Santo tegenkom, maar mijn sterke vermoeden is: nee. Het is een volmaakte illustratie van de kracht van Sebald, die zich in alles een kampioen van het beschrijven van herinnering en vergetelheid toont, en voor zijn niet aflatende gevecht tegen het vergeten en niet-herinneren en zijn 'verlangen naar de opheffing van de tijd [dat] zich uitsluitend kan waarmaken wanneer de allang in vergetelheid geraakte dingen uiterst nauwkeurig worden opgeroepen'. Dat laatste ziet Sebald door Nabokov het beste gerealiseerd worden, maar hij kan er zelf ook wat van, zoals hij met name in Austerlitz en De ringen van Saturnus heeft aangetoond.