donderdag 26 augustus 2010

Meet my brother

Tijd voor een persoonlijke noot.

Voor wie zich afvroeg wie die 'Nurks' is, die af en toe op deze plaats losbrandt:

Dat is mijn broer. Ik heb het al vaker over hem gehad en hem ook wel geciteerd, als dat zo uitkwam. Mijn broer is nu 58, gescheiden en werkloos. Hij woont in Rechtem in de Achterhoek en heeft het plaatselijk record ingezonden brieven en bezwaarschriften. Hij was werkzaam als dagbladjournalist, maar na een hooglopend conflict over het gebruik van bepaalde bronnen is hij ontslagen. Volgend jaar maart komt zijn zaak voor de Raad van State of zoiets. Hij heeft gedurig koppijn, maar de dokters kunnen niks vinden. Ook heeft hij op onregelmatige tijden pijnscheuten in zijn rechterarm. Zijn hobbies zijn: geen. Mijn broer heet: mijn broer, afgekort als MB. Hij haat familie – of beter gezegd: hij haat de gedachte dat je van mensen moet houden omdat het toevallig je familie is – maar wil toch alleen in deze kolommen optreden als 'mijn broer'. Als MB dus. Paradoxen zijn hem niet vreemd, alhoewel hij zichzelf voor zeer consequent houdt. Om hem te jennen blijf ik hem 'de heer Nurks' noemen.

Bekende uitspraken van hem zijn: 'Gatver…dammen!', ' De Veluwe? Asfalteren!' (niet zelf bedacht, maar wel te pas en meer nog te onpas gebruikt: variant: 'De Achterhoek? Asfalteren!') en "Politici en Jan van Veer, allemaal tegen de muur!' (die Van Veer schijnt de hoofdredacteur te zijn).

(wordt vervolgd) (hij ook, vindt-ie)

dinsdag 24 augustus 2010

Denk eraan!

De heer Nurks schreef mij ongevraagd:

"Onder heel wat mailtjes die ik tegenwoordig krijg, staat in zogeheten toepasselijk groenachtige kleur het volgende:

Dit uitprinten, is het wel écht nodig? Denk aan ons milieu.

Onder veel antwoorden die ik tegenwoordig verstuur, zou ik onder het meegestuurde oorspronkelijke bericht het volgende willen zetten:

Dit mailtje, was het wel écht nodig? Denk ook eens aan mijn milieu. "

vrijdag 6 augustus 2010

Dylan


Dé literaire ontdekking van de afgelopen tijd: Dylan Thomas. Natuurlijk gebeurde dat in Wales, waar ik van alles mee naar toe had gesleept, vooral Engels en Iers, maar niets Welsh. Maar een paar dagen in het land of in de streek zelf en ik wil wel iets 'locaals' lezen, dus Dylan Thomas verscheen aan mijn horizon. Geen idee wat ik me erbij moest voorstellen: ik had nooit iets van (en nauwelijks iets óver) hem gelezen. In een boekwinkeltje vond ik de Dylan Thomas Omnibus, een uitstekende bloemlezing uit zijn werk en zeer geschikt als kennismaking, zoals spoedig bleek. Het beroemde radiospel Under Milk Wood staat erin, een selectie uit zijn gedichten en korte verhalen, en nog wat voor radio geschreven materiaal. Ik begon met Under Milk Wood, maar dat is zo'n auditief geörienteerd stuk, een kameropera zonder muziek als het ware, dat het eigenlijk niet te lezen is. Dus greep ik naar de poëzie, die ook alle baat heeft bij luid voorlezen, maar zich ook in stilte laat genieten. Niet gemakkelijk, die gedichten, maar wel van een verbijsterende rijkdom aan klanken en beelden. Ik was al half verkocht.

Maar toen las ik een paar korte verhalen ('After the fair', 'The dress', 'The vest' en een paar verhalen uit het autobiografische A Portrait of the Artist as a Young Dog) en ik was helemaal verkocht. Wat een uitzonderlijke combinatie van poëtische beelden, humor, bizarrerie en ontroerende vertelkunst! En dat alles in een taal die vraagt om langzaam lezen en (alweer) hardop lezen, vanwege de rijkdom aan klank en ritme, alsof Thomas zijn proza met een liefdevolle en kleurige voile heeft bedekt. Iedere hint van de voor proza niet ongebruikelijke feitelijkheid en zakelijkheid wordt prachtig verhuld met dit wonderlijk mooie extra kledingstuk. In 'A story' beschrijft hij een zeer omvangrijke roodharige oom in een passage die ik kan blijven overlezen:

'But there he was, always, a steaming hulk of an uncle, his braces straining like hawsers, crammed behind the counter of the tiny shop at the front of the house, and breathing like a brass band; or guzzling and blustery in the kitchen over his gutsy supper, too big for everything except the great black boats of his boots. As he ate, the house grew smaller; he billowed out over the furniture, the loud check meadow of his waistcoat littered, as though after a picnic, with cigarette ends, peelings, cabbage stalks, bird's bones, gravy; and the forest fire of his hair crackled among the hooked hams from the ceiling. On Sundays, and when pickled, he sang high tenor, and had won many cups.'

Ook als je niet alle woorden kent, is dit betoverend proza, met een cadans die een groot dichter verraadt. En zo'n zin als 'As he ate, the house grew smaller' is natuurlijk onbetaalbaar. Dylan Thomas is met een paar bladzijden opgeschoven van de horizon naar het centrum van mijn aandacht. Hugo Claus vertaalde Under Milk Wood en A Portrait, geen geringe aanbeveling. Ook ander werk van hem is inmiddels vertaald. Maar als het even kan: pak het origineel, bijvoorbeeld van een van de genoemde verhalen, lees en huiver van genot…

zondag 1 augustus 2010

Bala

Voor de oplettende lezers die Austerlitz van W.G. Sebald hebben gelezen (en wie dat nog niet gedaan heeft: nú beginnen!), moeten de twee vorige blogberichten een schok(je) teweeg hebben gebracht. Bala, Bala Lake, was dat niet...? Inderdaad, Bala Lake is de troosteloze omgeving waar Jacques Austerlitz na zijn 'reddende' transport uit het door oorlog verscheurde Duitsland terechtkomt. In het huis van een strenge dominee, een huis waar nauwelijks gesproken wordt en waar vrijwel nooit een raam wordt opengezet. Daar ontdekt de jonge Austerlitz een kloeke bijbel met ouderwetse gravures, waarvan er een (afgedrukt in de roman) het kamp van de Israëlieten in de bergachtige woestijn weergeeft. Deze uiterst sombere prent geeft echter in zijn beleving zijn eigen omgeving weer, de hoge sombere heuvels, de sporadische tekenen van menselijke bewoning of bemoeienis, de immer bewolkte hemel.

Met die prent voor ogen reed ik ook halverwege de vakantie in Wales naar Bala. Ik hield mijn hart vast, maar het weer was de hele tijd al zo stralend geweest dat ik mezelf eigenlijk een aansteller vond: zo deprimerend kon het er bij Bala toch niet uitzien, zeker niet nu de rest van Wales zo ontspannen en liefelijk lag te stralen in de zon? In de buurt van het meer aangekomen, bleken er echter hogere machten mee te spelen: de lucht betrok. Iets in mij reageerde opgelucht: zo hoort het. Alsof nu ook de weergoden zeiden: ja, die Sebald is een groot schrijver en wij voegen ons naar zijn wensen. Als hij Bala Lake beschrijft als voortdurend door de gesel Gods geslagen, dan werken wij daar graag aan mee...

De weersverslechtering duurde maar even, Bala zelf bleek een door een andere gesel geslagen - die der toeristen - en de omgeving was groen en springlevend. Ik kon het toch niet nalaten: toen we ons huisje met uitzicht op het meer betraden, was mijn eerste handeling bijna onwillekeurig: ik heb alle ramen opengezet.

Voor de liefhebber hierbij een prent die zich alleraardigst laat vergelijken met de prent in
Austerlitz:

vrijdag 2 juli 2010

Uit de bol


Bala Lake, vrijdagmiddag 2 juli 16:53 uur (GMT): diepe stilte... Maar op ITV wordt onze Wesley tot "Man of the Match" uitgeroepen!

maandag 28 juni 2010

NL in het buitenland


Oranje wint van Karpatenkoppen uit Slowakij. Het was hier helemaal stil op straat rond Bala Lake, Wales. Doch slechts uit één cottage klonken triomfkreten...

zaterdag 12 juni 2010

Schiffrin

Ja, weinige lezers die hebben volgehouden, de banvloek is opgeheven en er stroomt weer water door mijn blogbedding. Weinig nog maar, een dun stroompje, en het is bidden dat het nog eens flink gaat regenen in Woordenland, maar het is er weer, het L.S.-beekje waaraan u zich laafde (of ergerde).
Reden: zie mijn blogje van 29 maart. Alleen: de vertaling is nu af, voorzover een vertaling af kan zijn. In juli, als ik terug ben van mijn vakantie met E-Flor in Wales, wachten mij nog de correcties en later de drukproeven, maar vooralsnog is het chapiter gesloten. Goddank, moet ik erbij zeggen, want André Schiffrin's boekske is me niet altijd even aangenaam geweest als gezelschap. Nog afgezien van alle uurtjes die het me gekost heeft, heb ik me bij vlagen ook wel geërgerd aan het 'vroeger-was-alles-beter' van het boek, waarin deze Amerikaanse uitgever terugkijkt op een lange carrière bij een aantal onafhankelijke uitgeverijen. Die worden de lezer voorgehouden als het nec plus ultra van de uitgeverswereld en de grote concerns zijn onveranderlijk de grote kwaaie en immer geldbeluste pier. Ook ons eigen (?) Reed-Elsevier krijgt ervan langs, niet helemaal ten onrechte overigens, maar het intellectualistisch zelfgenoegzame toontje van Schiffrin staat me bijna net zo hard tegen als de geldwolverij van zijn grootgeschapen tegenstanders.
Wat wel goed en bij vlagen indrukwekkend goed is aan The Business of Books, zoals de titel luidt, is het blootleggen van de tendens om alles makkelijk en oppervlakkig te maken. Het oude adagium 'hou jij ze arm , dan houd ik ze dom' doet (alwéér) vrolijk opgeld in onze maatschappij, waarin voetbal, Sieneke en minder voor de hand liggende verleiders (25 televisiezenders, waarvan er slechts twee of drie iets noemenswaardigs weten uit te zenden) ons sederen tot op het punt dat we het hoofd geheel in de schoot leggen...
Vroeger was het dus niet beter, maar anders-slecht, minder grootschalig-slecht wellicht.

Met deze opwekkende woorden keer ik terug in het blogwezen....