Posts tonen met het label kamermuziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kamermuziek. Alle posts tonen

donderdag 21 januari 2010

NAP

NAP = Nieuw Amsterdams Peil. Maar..... de 'afko' (een tien op de Irrischaal, schat ik zo) staat wat mij betreft niet meer voor de waterstand van zaken, maar voor een recent opgericht muziekgezelschap dat in zijn bonte samenstelling alle kanten op kan, van een droge bedding tot dijkbedreigende woestwateroverstromingen. Strijkers, piano, slagwerk en blazers, geassisteerd door zangers en zelfs dirigerende componisten, dat is wat we afgelopen dinsdagavond in wisselende samenstellingen kregen voorgeschoteld, in het kader van de bekende concertserie van de NSvK.

De muziek was voornamelijk onbekend 20e-eeuws repertoire: Poulenc, Strawinsky, Vivier. En een heuse wereldpremière, dus 21e eeuws repertoire: een kaleidoscopisch muziekstuk van Marijn Simons, door de jonge componist zelf met een onmiskenbaar Limburgs accent toegelicht en later zonder Limburgs accent (of het moeten de verwijzingen naar fanfaremuziek zijn geweest) gedirigeerd. Na een fenomenale slagwerksolo bij wijze van inzet sprong en glibberde het stuk alle kanten uit om te eindigen in een veel te lange sliding van voorzichtig doorkabbelende muziekjes. Variaties op het werk van Simons' compositieleraar Daan Manneke, hadden we gehoord in de aankondiging. Maar dat werk kende niemand uit de zaal, zelfs ik niet, dus dan kun je met een gerust hart de gekste dingen laten horen. Enfin, eerst nog maar een paar keer aanhoren (de composities van Simons zijn veelgeprezen genoeg om op CD te verschijnen) en dan pas veroordelen, da's mijn motto....

De rest van het concert bergde een paar aangename verrassingen her, waaronder de klarinetsonate van Poulenc (de fluitsonate is overigens ook ijzersterk, sprak hij bevooroordeeld) en een zeer kort strijkkwartet van Strawinsky, geheel uit het lood geslagen muziek, met twee vlotte, spitsvondige en vermakelijke deeltjes, gevolgd door een zwaarmoedig steunend en zuchtend deel. Maar het muziekstuk dat de stoelzitting onberoerd deed blijven, op het puntje na, was een kort, maar zeer intens stuk voor viool en klarinet van de Canadees Claude Vivier (door wereldburger Ligeti vol bewondering 'de beste Franse componist' genoemd: we kijken niet op een continent). Kon ik dat maar ergens op CD terugvinden.... Aardige bijkomstigheid was dat violist en klarinettist de partituur als een brede banier voor zich hadden geplaatst en zich naarmate het stuk vorderde met duethuppeltjes naar het volgende segment bewogen. De muziek klonk er niet minder serieus om. 1300 man gebiologeerd door één viool en één klarinet. Dat moet Ligeti nog zien na te doen.
Rest mij nog vriend P.A. and his better half te N. hartelijk te danken voor het ter beschikking stellen van de kaarten...

woensdag 29 april 2009

Alexander de Grote

Gisteravond, De Vereeniging, een van 's werelds mooiste concertzalen (vinden ondermeer Frans Brüggen en het Tokyo Strijkkwartet). Alles was er om op je hoede te zijn: grote bewondering en fascinatie voor de pianist in kwestie, een heerlijke lenteavond, het beste gezelschap (E-Flor, ik aanbid je!), een veelbelovend programma en een heldere geest. Moest dat niet ergens mis gaan? Nee.

Alexandre Tharaud, piano, en Jean-Guihen Queyras, cello, speelden gisteravond de sterren van de hemel. Debussy, Schubert, Berg, Brahms en als toegift nog eens Debussy, alles klonk met ogenschijnlijk gemak slank, fijnzinnig, dieppeilend, ontroerend en alsof het zo en niet anders hoorde te klinken, maar tegelijk overrompelend anders. Vooral de Brahms was een wonder van helderheid en glans, ontdaan van alle Duitse speklagen en omfloersingen. Grandioos. Het publiek was wildenthousiast en terecht: dit was het hoogtepunt van een seizoen kamermuziek in Nijmegen.

En passant kregen de heren ook nog eens een Edison uit handen van Hans (Avro) van den Boom, voor hun cd met de sonates van Debussy en Poulenc. De overhandiging was niet zonder talige onhandigheden en ik betwijfelde even of Tharaud en Queyras wel wisten wat ze met deze clowneske, maar charmante Nederlandse meneer aan moesten, maar hij mompelde iets tegen ze van 'jury..... muzikaliteit.... prix..... Edison...' en ze kregen iets zwaars in handen geduwd, dus het zou wel goed zijn. Bovendien applaudiseerde het publiek als gekken. Later bedacht ik dat ze toch hoogstwaarschijnlijk ingeseind waren, maar of ze deze typisch Avro-mengeling van hoge en lage cultuur erbij voorzien hadden? Zeer waarschijnlijk niet.

Na afloop van het concert was het dringen geblazen bij de tafel van boek- en muziekhandel Roelants: de cd's van beide musici vlogen over de tafel, vooral de opname van Schubert's Arpeggione-sonate. En verdraaid, net had ik me tot vooraan de tafel gewurmd en speurde ik reikhalzend naar de Debussy/Poulenc-cd of daar schoven Alexandre en Jean-Guihen vlak onder mijn neus aan de overkant van de tafel aan, bereidwillig glimlachend en klaar om te signeren. Ik kocht de cd, ordinair in het blikveld van Tharaud wapperend met geld (hij wierp er een korte en klinische blik op), scheurde gehaast het cellofaan eraf en overhandigde hem aan de pianist. Door de drukte duurde het even voordat Jean-Guihen ook kon signeren, maar met een welwillende glimlach van beide heren kreeg ik de cd terug, met hun beider handtekening. Ik was weer even twaalf of daaromtrent en de daaropvolgende vijftien minuten helemaal van de kaart. Inmidddels heb ik ook een gesigneerd exemplaar weten te bemachtigen van de Ravel-dubbelcd van Tharaud.

Intelligent, speeltechnisch volmaakt, fijnzinnig en aangenaam eigenzinnig, dat is deze 'rare snijboon' Alexandre Tharaud: wie het niet gelooft, aanschouwe Tic toc choc op Youtube. En dan meteen door naar Couperin, Rameau, Bach, Chopin, Ravel en vele anderen componisten zoals ze door Alexandre le Grand onder handen zijn genomen!