dinsdag 10 februari 2009

Darwin's opa

Dat Darwin niet uit de lucht kwam vallen met z'n denkbeelden wordt in klein bestek duidelijk gemaakt in een alleraardigste tentoonstelling in het Huygensgebouw, het al niet meer zo nieuwe onderkomen van de bètawetenschappen in Nijmegen. Aan de hand van (originele) 18e en 19e eeuwse uitgaven van Martinus Houttuyn (een volgeling van Linnaeus), Cuvier, Buffon en Lamarck zien we een aantal wetenschappers om zich heen turen en terugschrikken voor de uiteindelijke Grote Sprong Voorwaarts. Ook Darwin heeft lang genoeg geaarzeld, trouwens. Biograaf David Quammen noemt hem niet voor niets 'the reluctant Mr Darwin'. Maar uiteindelijk waagde ook hij de stap en publiceerde in 1859 On the Origin of Species, zo'n 25 jaar nadat hij de eerste beginselen al op papier had gezet.

Een prachtige voorloper van Darwin, primitief en zonder degelijke bewijsvoering, was een 18e eeuwse natuurvorser en poeët die in wijdlopige gedichten de natuur bezong. In The Temple of Nature (na zijn dood gepubliceerd, in 1803) komt een passage voor waarin het ontstaan van het leven uit de oceanen wordt beschreven:

ORGANIC LIFE beneath the shoreless waves
Was born and nurs'd in Ocean's pearly caves;
First forms minute, unseen by spheric glass,
Move on the mud, or pierce the watery mass;
These, as successive generations bloom,
New powers acquire, and larger limbs assume;
Whence countless groups of vegetation spring,
And breathing realms of fin, and feet, and wing.

Niet bepaald een denkbeeld dat gemeengoed was. Het zou tot in de 20e eeuw duren voordat men de diepe oceanen als mogelijke kraamkamers van het leven op aarde ging zien. De bedenker van dat fraais: Erasmus Darwin, de grootvader van onze Charles. Nu jullie weer...


Afbeelding: Erasmus Darwin (1732-1802) door Joseph Wright, 1792

zondag 8 februari 2009

Eén ster

't Viel niet mee om het idee verwezenlijkt te krijgen, maar gisteravond zaten we dan toch echt in het enige 1-sterrenrestaurant in de buurt van Nijmegen. De verwachtingen waren hooggespannen. Met het gezelschap zat het wel snor, daar zou het niet aan liggen. Met de 'ombiejonze' leek zo op het eerste gezicht ook niks mis. Mooie oude boerderij, binnen alles strak in het pak, ook de vrouwelijke bediening (prachtig vind ik dat, vrouwen in een pak mét stropdas) en de inrichting was opgemaakt volgens voorspelbaar, maar smaakvol modern design. Maar hoe zou het eten zijn, vroeg ik mij benauwd af, terwijl ik in gedachten de inhoud van mijn portemonnee nog eens de revu liet passeren.

Want dat was het, wat zo'n avond een domper kan bezorgen. M'n Hollandse knieperigheid. Met één hand figuurlijk op de beurs wordt met gespannen blik alles bekeken, gewogen en hier en daar te licht bevonden. Meteen gaat er dan een steek door je heen: 'Bij eetcafé De gulle ruif heb je een heel driegangenmenu voor de prijs van deze op spuug gelijkende en al niet veel beter smakende amuse.' En verdomd, bij mijn disgenoten leek ik ook al van die verstrakte mondjes en tot spleten vernauwde oogjes te zien, en dan kwam die sommelier eindelijk met de wijnkaart of de gastvrouwen die als een inktvis met heel veel armen alles min of meer gelijktijdig op de tafel deden belanden, en dan was er iets mis!!! Nee hè! Vaak maar iets heel kleins, eigenlijk niks, maar brullend stort de gedachte zich naar voren: 'Wat slèèèèècht voor dat geld!' Interieurs en gevulde borden van andere restaurants en eetgelegenheden verschenen op mijn netvlies, menukaarten met alleen maar bedragen onder de 20 euro, omfietswijnen van Super de Boer in mijn eigen wijnrekje, die aardige Turkse jongen achter de balie van de friettent, die qua klantvriendelijkheid niet onder deed voor het personeel dat me nu omgaf....

Ach, uiteindelijk hebben we natuurlijk een geweldige avond gehad, hebben we buitengewoon origineel gegeten en zijn we op een uiterst bekwame en soepele manier bediend geweest geworden. Het geldduiveltje dat tussen mij en een geslaagde avond in stond, heb ik na drie kwartier een flinke schop onder z'n hol gegeven. Toen heb ik eens diep adem gehaald, mijn drie tafelgenoten met een warme blik bekeken, en vervuld van een diepe welwillendheid opgelucht verder gedineerd.

donderdag 5 februari 2009

Wachten op Williamson

Het fragment uit het interview met bisschop Williamson waarin hij de Holocaust ontkent, is inmiddels vaak genoeg te zien geweest. Over de verwerpelijkheid en onbegrijpelijkheid van zijn standpunt hoeft niets meer gezegd te worden. Maar wat mij de eerste keer al opviel: de man lijkt niet echt. Hij spreekt ingespannen om serieus en doordacht over te komen, maar hij hapert in zijn formuleringen en lichaamstaal. Hij wil zijn standpunt zorgvuldig geformuleerd hebben om gezag uit te stralen, maar struikelt over zijn woorden.

Nu zal iedereen, behalve een harde kern van neonazi's, revisionisten en de leden van de Pius X-broederschap, gelukkig blijven horen dat de man en zijn overtuigingen fout zijn, maar het optreden onthult, geloof ik, ook nog iets anders. Hier spreekt iemand die zijn natuurlijk gezag alleen heeft hoeven laten gelden in de besloten kring van zijn suspecte bentgenoten. Wie niet wordt tegengesproken, spreekt met gemak. Wie het vermoeden heeft op zere tenen te trappen, zich op glad ijs te begeven of zware tegenwind te zullen krijgen, gaat aarzelen. Eigenwijs is Williamson, en daarom spreekt hij zijn foute visie hardop uit, maar hij is ook verwend door stiekeme medestanders. Zo krijgen we een glimp te zien van het besloten, in zichzelf gekeerde wereldje van ultra-orthodoxe katholieke priesters, die zichzelf en hun standpunten innig omarmen. Door het optreden van Williamson zien we hoe besloten en wereldvreemd ze zijn. Wellicht is dat een troost, omdat het de hoop biedt dat ze hun plannen nooit zullen kunnen verwezenlijken. Het wachten is overigens nog steeds op een knieval van Williamson. Niet dat ik verwacht dat hij die zal maken...

zaterdag 31 januari 2009

Vanuit de leunstoel

Ik ga eindelijk weer eens naar Londen. Voor het eerst in elf, twaalf jaar. Schandalig voor zo'n anglofiel als ik, al ben ik eigenlijk meer scottofiel (scotofiel?). Maar nu komt het er dan - Deo volente - van: trein, boot en hotel zijn geboekt. Wat me te wachten staat? In elk geval een goedkoper Londen dan de laatste keer dat ik er was. Het Britse pond staat vrijwel gelijk aan de euro. Dus moet ik zeggen: valutagewijs goedkoper, want de verleiding om nu boeken en museumcatalogi te kopen zal nog groter zijn. Remedie: een krappe koffer meenemen.

Voornemen is nu om weer eens een goede kaart van Londen te bestuderen en minstens één goede reisgids te lezen en misschien ook nog wel een beknopte geschiedenis van de hoofdstad. Om vervolgens tot een verantwoorde lijst van te bezichtigen instellingen en musea te komen. Daar zit - weet ik nu al - in elk geval de National Gallery bij. En een paar uur zwerven door een stukje ongerept (?) Dickensiaans Londen, met denkbeeldige hoge hoed en wandelstok. En een bezoek aan de gereconstrueerde Globe. En een bezoek aan Dr. Johnson's House. En een bezoek aan een paar boekwinkels, aan het V&A Museum, aan de Royal Albert Hall, aan de Tate, aan de Tower, St. Paul's Cathedral, de Westminster Abbey, St. Martin in the Fields, Keats House, minstens vijf pubs, een theater waar Pinter of Beckett wordt opgevoerd, de British Library, Sloane's Museum, Soho, Picadilly Circus, het Museum of Natural History, Harrod's, Buckingham Palace en de Houses of Parliament, en dan de volgende dag..... Whaaaaah! Echt reizen is de nachtmerrie van een 'armchair traveller' zoals ik.

maandag 26 januari 2009

Dichtwinkel

Op boekenjacht in buurstad Arnhem kwam ik in een achterafstraatje langs een fris ogende etalage. Ik was eigenlijk op weg naar het ernaast gelegen pand, waar zich al jaren een buitengewoon muf ruikend, smoezelig, sloddervosserig en ingezakt antiquariaat bevindt. Ik kijk daar meer uit plichtsgetrouwheid dan gedreven door werkelijke hoop, en heb na ieder bezoek jeuk.
Nu is het begrip 'serendipity' den lezer misschien niet onbekend: naast het gezochte boek staat een ander boek dat nog veel interessanter blijkt, maar waarvan het bestaan je geheel en al is ontgaan. Zoiets vond nu plaats in deze Arnhemse straat en zo kwam ik achter het bestaan van boekhandel Ongerijmd, alwaar men handelt in poezie, kunst, filosofie, landschap en (locale) geschiedenis, als ik het zo prozaisch mag uitdrukken. Een strakmodern en stijlvol ingerichte winkel, niet te groot, maar met een mooie collectie dichtkunst (ook buitenlands, waaronder veel Penguin-uitgaven, die altijd goede tekstedities en dus begerenswaardig zijn, ware het niet dat ze vrijwel zonder uitzondering beroerd gedrukt zijn). Bonus is dat er achterin de smalle en intieme winkelruimte een gedeelte is voor echte kunst, in dit geval van de Arnhemse kunstenaar Roel Rolleman (klinkt als een slecht verzonnen naam uit een moderne Nederlandse roman). Geometrisch werk, maar het valt aangenaam op het oog, alhoewel de mooie inrichting ook een rol kan spelen.



Kom naar Arnhem en laat je verrassen in Nieuwstad (zo heet dat straatje dus). Wat zich aan de andere kant naast Ongerijmd bevindt, weet ik bij God niet meer. Misschien wordt dat jouw serendipitaire ervaring!

zaterdag 24 januari 2009

Karel de Grote

Afgelopen vrijdag lag er bij thuiskomst een pakje op me te wachten. Het was in de stromende regen door een zichzelf heel slim vindende luie postbode schuin tegen de tuindeur geplaatst. Goddank had de verpakking het gehouden, de adressering nauwelijks. Eerlijk gezegd was ik eerst wat verbaasd, want ik was de bestelling alweer vergeten. Maar toen ik me bukte om het boek (ja, wat dacht je dan dat erin zat?) op te rapen, wist ik het weer: Een grote bruine envelop van Karel van het Reve, een bloemlezing die hij uit eigen werk maakte.


De uitgever had er heel vriendelijk nog een veel kleiner boekje bij gedaan, een brochure waarin Arnon Grunberg een hartstochtelijk pleidooi zei te willen houden voor het lezen van Karel van het Reve. Dat vond ik een mooi gebaar van de uitgever: nu had ik in één klap twee boeken te lezen van schrijvers die me beiden behoorlijk irriteren, maar die ook bewondering afdwingen. Van het Reve meer dan Grunberg, voor wie geldt dat hij me máteloos irriteert en nauwelijks bewondering afdwingt. Dat ik het boek kurkdroog uit een kletsnatte envelop kon halen, leek me achteraf gezien een mooie analogie. Grunbergs druipende kletspraatje heb ik braaf over me laten komen, maar de vlam kon pas in de pan slaan door het lezen van de droge, hilarische, vileine, treiterende beschouwingen van Van het Reve zelf.

donderdag 22 januari 2009

Hardnekkig 1.0

Af en toe steek ik m'n harses uit het raam en kijk de wereld in, virtueel of digitaal. In de digitale wereld zie ik een duizelingwekkende hoop bekijkenswaardigs en trek schielijk m'n kop weer terug. Waar te beginnen? Waar te eindigen, is misschien een wezenlijker vraag (in het gekkengesticht waarschijnlijk). Ik heb lichte bewondering voor al die mede-bloggers die verwijzen naar alweer een fijne site, blog, youtube-bijdrage of een andere revolutionaire 2.0-vondst. Maar saggerijn die ik ben, denk ik meteen: "Lees liever een goed boek in die tijd dat je zit te surfen op zoek naar.... " Nee, ik blijf voorlopig nog een blogger met pre-digitale uitgangspunten. Alhoewel: "En waarom leest u nu zelf geen goed boek op dit moment, mijnheer?"