maandag 15 februari 2010

Staande ovatie

Bericht uit De Gelderlander:
Nijmegen, 30 februari 2010 (ANP) - Een 59-jarige inwoner van Arnhem is een regionale campagne begonnen tegen de staande ovatie bij klassieke concerten. Walter Passies is al jarenlang een trouw concertbezoeker en ergerde zich 'de afgelopen twintig jaar in toenemende mate aan de gewoonte om na ieder concert bij het slotapplaus te gaan staan, ongeacht de kwaliteit van de uitvoering', aldus de Arnhemse muziekliefhebber. Het fenomeen is, zo zegt hij voorts, oorspronkelijk bedoeld om 'in het geval van uitzonderlijk goede muzikale prestaties uitdrukking te geven aan een meer dan gemiddelde waardering door de toehoorders. De normale beloning - een al dan niet gul applaus - wordt door te gaan staan verrijkt met een duidelijk toegevoegd eerbetoon aan de uitvoerenden.' De laatste jaren is dit eerbetoon echter standaard geworden en men heeft daardoor geen middelen meer om extra waardering uit te drukken, of het moet zijn door 'ordinair roepen of zelfs joelen en fluiten, en soms door al even ordinair voetgetrappel of bravo-geroep.'

De heer Passies is enige tijd geleden begonnen in de plaatselijke concertzalen van Arnhem en Nijmegen flyers uit delen met het verzoek om niet meer automatisch te gaan staan bij het slotapplaus, onder het motto 'Staand is verregaand'. Een korte toelichting moet de concertbezoekers bewust maken van de betekenis van hun wijze van applaudiseren. De campagne heeft enig succes gehad, vooral dankzij de aanwezigheid van enkele medestanders van Passies bij vrijwel ieder concert in de regio. Zij blijven ostentatief zitten, tenzij er sprake is van een uitzonderlijk concert, maar die gelegenheid heeft zich de afgelopen tijd nog niet voorgedaan.

Het ligt in de bedoeling om de regionale actie uit te breiden naar een landelijk niveau. Er zijn contacten gelegd met concertzaalbeheerders en muziekverenigingen in het midden en westen van het land en die hebben volgens de Arnhemse muziekliefhebber 'vrijwel allemaal zeer positief gereageerd'. Van directeur L. Verstappen van de schouwburg/concertzaal in Huizen kreeg hij zelfs schriftelijk een 'staande ovatie' voor zijn initiatief, waarvoor de heer Passies uiteraard hartelijk bedankt heeft.

zondag 7 februari 2010

Leerzame quiz

Geen idee hoe lang het programma al bezig is, maar op een van die vreselijke RTL-zenders is miss Poppekop, alias Bridget Kaasland, bezig met een "quiz", getiteld Lekker slim! Ik ben er maar eens even voor gaan zitten, want als ik nergens zin in heb, dan is een quiz nog wel eens leuk.
Ik heb ongeveer twintig minuten gekeken, vijftien daarvan noodgedwongen, omdat ik niet bij de afstandsbediening kon komen. Heb ik ooit eerder meegemaakt, toen ik weinigvermoedend naar The Texas Chainsaw Massacre zat te kijken, een van de goorste horrorfilms ooit, en van pure angst naar de achterkamer was gevlucht. Ditmaal moest ik machteloos toezien, omdat ik telkens opnieuw van verbijstering en ontzetting met m'n handen naar m'n hoofd bleef grijpen: elke nieuwe opmerking van de deelnemende dames was nog dommer dan de vorige. Vandaar dus dat ik wat langer moest blijven kijken.
Voor wie de quiz niet kent: miss Lollipop stelt een simpele vraag, nee, nog simpeler: "Waar wijst een kompasnaald naartoe?" of "Welk dier maakt honing?" Die vraag wordt voorgelegd aan twee mannen die moeten zeggen of twee vrouwen het antwoord goed of fout zullen beantwoorden. Hep u 'm? Van elke quiz steek je wel wat op: na deze martelende twintig minuten weet ik bijvoorbeeld dat het honingproducerende dier een wesp is. Via een ingewikkelde redenering kwamen de dames op het idee dat het een diertje moest zijn dat steekt, want anders hoefde die mannen bij die manden niet zo'n masker op en het waren wespen die staken. De redenering over de kompasnaald zal ik jullie besparen, maar voordat ze eruit waren om welk voorwerp het ging, waren er al minstens vijf minuten voorbij. Als het doorgestoken kaart is, hebben ze daar bij RTL een paar geniale tekstschrijvers in dienst: Koefnoen, Draadstaal, Toren C, allemaal hulpeloos gebazel...
Maar eigenlijk denk ik niet dat het oplichterij is. In dat geval heb ik nog iets geleerd van deze quiz, of eigenlijk meer iets hardhandig bevestigd gekregen: er bestaan mensen die nog stommer zijn dan hun eigen achterste. En die kijken naar dit soort quizzen...

vrijdag 5 februari 2010

Salinger e morto

J.D. Salinger is overleden, de geestelijke vader van Holden Caulfield en de geniale familie Glass. De grootste kluizenaar onder de Amerikaanse schrijvers, de grootste Amerikaanse schrijver onder de kluizenaars. Want, mijn god, wat is die man een Kluizenaar geweest (let op het hoofdlettergebruik in deze zin)! En dat sinds 1953. Zelfs in dat gat in New Hampshire zagen ze 'm amper. Bovendien wisten de gatgenoten: kop houen als er weer een journalist de 'dirt road' af kwam zakken. Anders kregen ze het met Salinger aan de stok. 'Wie, Salinger? Nee, nooit van gehoord. Probeert u het 's in Hickville, da's zo'n veertig mijl die kant op. Of die kant, kweenie precies.'

Hij ging in vrijwillige ballingschap om 'goddamn stupid conversation with anybody' te vermijden. De hele wereld moet dus in zijn ogen uit phoneys and goddam basterds hebben bestaan, een visie waarin hij 'weliswaar niet helemaal ongelijk heeft, maar waardoor hij de wereld noch voor zichzelf, noch voor anderen aangenamer maakt', om Goethe over Beethoven aan te halen. Wat dreef die man om zich zo radicaal terug te trekken?

Zo'n dikke 57 jaar lang jezelf begraven in de binnenlanden, de fanmail laten verbranden door je literaire agent, ondertussen gestaag doorschrijven en dan rustig op 91-jarige leeftijd de pijp aan Maarten geven. Ik vind het grenzen aan het onmenselijke wat geestelijke discipline betreft. Oftewel, ik begrijp er niets van hoe je dat kunt volhouden. Schrijven (en goed: ken je niks van Salinger, lees dan als voorproefje het verhaal 'A perfect day for bananafish' uit Nine Stories en wees gerust een half uur van de kaart) schrijven dus en dan niks publiceren. Dat lijkt op Glenn Gould die alleen nog maar studio-opnames wilde maken en geen live-concerten.
Rare vergelijking?

Ik lees net Salingers beroemdste boek The Catcher in the Rye ('Aha! Betrapt!!') en kom bij de passage dat Holden Caulfield midden in een godverlaten decembernacht een nachtclub in New York betreedt en dan de eigenaar briljant piano hoort spelen. Als de man klaar is, en het publiek hem uitzinnig bejubeld, staat er te lezen:

"I swear to God, if I were a piano player (...) and all those dopes thought I was terrific, I'd hate it. I wouldn't even want them to clap for me. People always clap for the wrong things. If I were a piano player, I'd play it in the goddam closet." (mijn vet en cursief - LS)

Holden Caulfield is natuurlijk Salinger niet, maar de afkeer van publieke bewondering, het wantrouwen ook tegen een collectieve verering, het verlangen om in afzondering te scheppen, dat zijn klaarblijkelijk fundamentele ingrediënten van Salingers kijk op de wereld. En dat de passage de vergelijking met Glenn Gould minder vergezocht maakt, is een mooie bonus.

zaterdag 30 januari 2010

The old Ludwig Van


Het heeft alwéér gesneeuwd, Tony Blair maakt zijn reputatie als Teflon Tony waar, de bouwfraude in Nederland schiet een nieuwe fase in, Nespresso is niet zo klimaatneutraal als wordt voorgespiegeld, Wouter Bos rukt op in de richting van de SP, Steve Jobs introduceert de iPad... actualiteiten genoeg, maar ik heb er geen zin in. Ik zet de verwarming een graadje hoger en leg één boek en één cd klaar in mijn verder geheel van zichtbare boeken en cd's bevrijde woonkamer, doe een zelfverzonnen zen-achtige oefening en voel me klaar voor een lees- en luistersessie van minstens drie uur. Het moet er nu maar eens van komen, van het lezen van die gloednieuwe en eerste volledige nederlandstalige Beethovenbiografie van Jan Caeyers. Ta-ta-da-táááá'!!

vrijdag 22 januari 2010

Het Jaar van....

2010: het Jaar van Helemaal Geen Romans.
Goed voornemen? Haalbaar voornemen? Idioot voornemen? Geen antwoord.













Maar we gaan het proberen. Af en toe een verhaal, een fragment, wat gedichten en een toneelstuk, maar g'e'en romans meer. Ik ben het helemaal zat. Al die pillen van twee-, drie-, vierhonderd bladzijden. En dan na vijftig bladzijden al gaan zitten piekeren hoe lang ik nog moet. Ophouden ermee! Ja maar, hoor ik al roepen, je leest de verkeerde romans! Dat kan, ik sluit het niet uit, maar feit is dat ik genoeg heb van alweer een (prachtig) verzonnen verhaal over, ik noem maar wat, een jongen die in 1815 met zijn moeder op wereldreis gaat, met uitvoerige beschrijvingen over het vertrek vanuit de haven, de weersgesteldheden, het tuigage, de achtergronden van moeders psyche, de gruwelen van het leven op zee, enzovoort enzovoort. Ik berg vanavond Murakami's Kafka on the Shore en alle andere klaar- en openliggende en halfgelezen romans van wereldfaam weer in de boekenkast en zet me aan GEEN-FICTIE, met af en toe een uitstapje naar bovengenoemde genres. Ik wil me nu een jaar lang vrijwel uitsluitend laven aan de re"ele werkelijkheid die echt ongelogen waar gebeurd is, want die schijnt vaak nog gekker te zijn dan de meest bizarre verhalen. Las ik in een roman. Ik ga op reis met Mungo Park, laat me door Floris Cohen meevoeren naar de wereld van Kepler en Newton, vlieg in gedachten mee met de vroegste aviateurs, verslind de nieuwste catalogus van ons plaatselijk museum, grijp tussendoor nog eens naar de autohagiografie Mijn biografie van Chriet Titulaer (zus, bedankt!), ga nu eindelijk de nieuwe Bosatlas kaart voor kaart bestuderen, stort me in de nieuwe nederlandstalige biografie van Beethoven... Als het maar werkelijkheid is, tastbaar en waar! Als het maar niet verzonnen is, bedacht, naar het leven geschilderd doch uitvergroot, geheel aan het brein der auteur ontsproten, al dan niet meeslepende Verzonnenheid!!

Grootste vraag, wellicht al over afzienbare tijd te beantwoorden: is het bovenstaande nu fictie of geen-fictie?

donderdag 21 januari 2010

NAP

NAP = Nieuw Amsterdams Peil. Maar..... de 'afko' (een tien op de Irrischaal, schat ik zo) staat wat mij betreft niet meer voor de waterstand van zaken, maar voor een recent opgericht muziekgezelschap dat in zijn bonte samenstelling alle kanten op kan, van een droge bedding tot dijkbedreigende woestwateroverstromingen. Strijkers, piano, slagwerk en blazers, geassisteerd door zangers en zelfs dirigerende componisten, dat is wat we afgelopen dinsdagavond in wisselende samenstellingen kregen voorgeschoteld, in het kader van de bekende concertserie van de NSvK.

De muziek was voornamelijk onbekend 20e-eeuws repertoire: Poulenc, Strawinsky, Vivier. En een heuse wereldpremière, dus 21e eeuws repertoire: een kaleidoscopisch muziekstuk van Marijn Simons, door de jonge componist zelf met een onmiskenbaar Limburgs accent toegelicht en later zonder Limburgs accent (of het moeten de verwijzingen naar fanfaremuziek zijn geweest) gedirigeerd. Na een fenomenale slagwerksolo bij wijze van inzet sprong en glibberde het stuk alle kanten uit om te eindigen in een veel te lange sliding van voorzichtig doorkabbelende muziekjes. Variaties op het werk van Simons' compositieleraar Daan Manneke, hadden we gehoord in de aankondiging. Maar dat werk kende niemand uit de zaal, zelfs ik niet, dus dan kun je met een gerust hart de gekste dingen laten horen. Enfin, eerst nog maar een paar keer aanhoren (de composities van Simons zijn veelgeprezen genoeg om op CD te verschijnen) en dan pas veroordelen, da's mijn motto....

De rest van het concert bergde een paar aangename verrassingen her, waaronder de klarinetsonate van Poulenc (de fluitsonate is overigens ook ijzersterk, sprak hij bevooroordeeld) en een zeer kort strijkkwartet van Strawinsky, geheel uit het lood geslagen muziek, met twee vlotte, spitsvondige en vermakelijke deeltjes, gevolgd door een zwaarmoedig steunend en zuchtend deel. Maar het muziekstuk dat de stoelzitting onberoerd deed blijven, op het puntje na, was een kort, maar zeer intens stuk voor viool en klarinet van de Canadees Claude Vivier (door wereldburger Ligeti vol bewondering 'de beste Franse componist' genoemd: we kijken niet op een continent). Kon ik dat maar ergens op CD terugvinden.... Aardige bijkomstigheid was dat violist en klarinettist de partituur als een brede banier voor zich hadden geplaatst en zich naarmate het stuk vorderde met duethuppeltjes naar het volgende segment bewogen. De muziek klonk er niet minder serieus om. 1300 man gebiologeerd door één viool en één klarinet. Dat moet Ligeti nog zien na te doen.
Rest mij nog vriend P.A. and his better half te N. hartelijk te danken voor het ter beschikking stellen van de kaarten...

dinsdag 19 januari 2010

De vrouw van Mungo Park

Mungo? Múngo? Wie heet er in godsnaam Mungo? Wel, Mungo Park dus, die vernoemd blijkt te zijn naar de heilige Mungo uit de late 6e eeuw, patroonheilige van Glasgow.
Ik kende de naam vaag, maar had geen idee wie Mungo Park nu eigenlijk was, totdat ik onlangs - op jacht naar bijzondere boeken in de collectie van de UB Nijmegen - op een tweedelige uitgave van Parks reisverslagen naar de binnenlanden van Afrika stuitte. Het is een uitgave uit 1815 en de eerste uitgave waarin beide reizen (uit 1795-97 en 1805-06) worden beschreven. De UB Nijmegen is de enige universitaire bibliotheek in Nederland in het bezit van deze prachtige set. Dus ben ik achter het verhaal van deze Schot aangegaan. Een Schot, jazeker. En wie mij goed kent, die weet dat ik iets met Schotten en Schotland heb, en dan laat ik de whisky even buiten beschouwing. Jaren geleden kwam ik op het spoor van James Hogg (1770-1835), geboren in Ettrick Hall in de Schotse Laaglanden, en verzorgde een Nederlandse uitgave van zijn Confessions of a Justified Sinner in een voortreffelijke vertaling van Jan van Gelder. Nu stuitte ik dus op deze Mungo Park en die blijkt één jaar later geboren te zijn, op nog geen tien kilometer afstand van Ettrick Hall. Alweer een intrigerende Laaglander dus, want deze arts-avonturier werd er tweemaal op uitgestuurd om de precieze loop en oorsprong van de Niger-rivier in West-Afrika in kaart te brengen. Het is hem duur komen te staan: in 1806 is hij bij een confrontatie met een vijandige stam bij de stroomversnellingen van Bussa om het leven gekomen. Zijn dagboek van die laatste reis werd door een trouwe medereiziger meegenomen en wereldkundig gemaakt.

De reisverslagen zijn fascinerende lectuur, zoals dat heet, vol onverwachte details en vrijwel geheel verstoken van het Europese superioriteitsgevoel dat latere koloniserende machten kenmerkte. Park was oprecht geïnteresseerd in zijn nieuwe omgeving, sloot (vroeg)wijze verdragen met de locale machthebbers en voegde zich over het algemeen soepel in het westafrikaanse leven. Niet in alle opzichten natuurlijk, want het klimaat was gruwelijk, zeker op de tweede reis die te laat begonnen was en midden in het regenseizoen viel. Mungo schrijft helder en koel en zeer gedetailleerd, zozeer zelfs dat je je afvraagt waar hij de tijd en vooral de energie vandaan haalde om überhaupt iets te noteren na weer een dag van verzwakking en uitputtende klauterpartijen. Schotse stoer- en koppigheid, zullen we maar zeggen. Bovendien is zijn eerste reisverslag bewerkt vóór publicatie door een onbekende, die er wellicht een licht verfraaiend waas overheen heeft getrokken.

Park liet een weduwe achter, die in haar meer dan standvastige liefde niet kon geloven dat haar man werkelijk dood was. Dat leidde tot een tweede tragedie in haar leven. Haar zoon Thomas, behept met dezelfde dadendrang als zijn vader, maar minder gehard, nam zodra zich de gelegenheid voordeed de eerste boot naar Afrika, om zijn vader te zoeken en zijn moeder op die manier de troost te brengen die zij zo fel ontbeerde. De moeder kwam pas achter de nieuwe verblijfplaats van haar zoon door een brief die Thomas haar stuurde vanuit een kustplaats in West-Afrika. Op nog geen 150 kilometer de binnenlanden in kwam zijn moedige, ontroerende, maar weinig doordachte actie tot een abrupt einde. Hij stierf, door ziekte uitgeput, zonder ook maar iets meer omtrent het lot van zijn vader te hebben vernomen.