vrijdag 7 januari 2011

Spotify

Met een goed, geïnteresseerd en muzikaal gezelschap spelen we al jaren Discotabel na. Eén of twee fragmenten van klassieke muziekstukken worden in drie of vier uitvoeringen achter elkaar gedraaid en dan is het aan ons om commentaar te leveren en te oordelen. Af en toe verdraaid lastig en ook een beetje lachwekkend, want je vergelijkt per slot van rekening de 'groten der aarde' en dan is het niet te verwachten dat er echt 'bocht' bij zit. Maar je gaat intensiever en kritischer luisteren, waarbij verrassingen en nieuwe perspectieven nooit zijn uitgesloten en en passant enkele groten van hun voetstuk vallen. Daarnaast hebben we ook nog eens een aangename avond, ontdekken we nieuwe muziek of musici en koesteren we de uitvoeringen die ons echt gegrepen hebben.

Het is soms lastig om voldoende goede uitvoeringen bij elkaar te brengen. We zijn met z'n zevenen en bij de bekendere werken lukt het wel om drie of vier versies te kunnen presenteren, maar bij onbekender werk is dat wat moeilijker. Daar is nu een oplossing voor: Spotify. Het enige wat we nu nodig hebben is een pc of laptop (of iPad) die op boxen of een geluidsinstallatie kan worden aangesloten et voilà. Spotify is een programma waarmee bijna gratis via je pc of smartphone oceanen aan muziek kan worden beluisterd.
Ik beluister nu de Symfonische etuden van Schumann. Ik koester al jaren de uitvoering door Svjatoslav Richter, maar nu heb ik andere uitvoeringen onder handbereik, bijvoorbeeld van Ivo Pogorelich, Myra Hess, Julius Katchen, Alfred Brendel, Maurizio Pollini, Wilhelm Kempf (niks aan!), Andras Schiff en de mij onbekende Ragna Schirmer. Voor bijna gratis en voor niets. Hoe kan dat? Ga naar Spotify en ontdek het zelf. En voor veel meer dan alleen klassieke muziek!

Twee nadelen: bij het afspelen is af en toe een korte pauze hoorbaar tussen delen die in elkaar zouden moeten overgaan en er ontbreken wel eens uitvoeringen die je ook graag zou beluisteren en vergelijken. Zo is Richter niet vertegenwoordigd in het rijtje van Schumann's Symfonische etuden! En voor wie het wil weten: ik heb nog niet alle uitvoeringen beluisterd, maar Pollini is de voorloper runner-up van Richter, en Pogorelich doet eigenzinnig genoeg, maar alles dit keer binnen de grenzen van het acceptabele.

woensdag 22 december 2010

Werkplek

De schoonmaakploeg op het werk heeft een nieuw wapen ontwikkeld tegen vieze werkplekken. Gisteren kregen we allemaal een plastic matje onder onze stoel, want er wordt wat mee naar binnen gesleept in deze winterse tijden...


Een beetje onzeker gingen we allemaal weer op onze plek zitten, voorzichtig de stoel over het knisperende matje rollend om te zien of het wel bleef liggen. Dat ging goed. Met de gedachten geheel bij het nieuwe voorwerp onder onze voeten gingen we verder met het werk. Een beetje houterig typten we wat. Alsof we ineens jaren ouder waren geworden. Hoe kwam dat toch? Door zo'n plastic matje, zo'n zeiltje tegen nat en vuil ... een incontinentiezeiltje!

dinsdag 14 december 2010

Reis naar de doden van Corsica

Mijn hart sprong op, toen ik onlangs in de beste boekhandel in de wijde omtrek een nieuwe Nederlandse uitgave van W.G. Sebald zag liggen. Het betrof de vertaling van Campo Santo. Meteen en zonder aarzelen gekocht, want deze schrijver is mij, sinds ik geheel van mijn voeten werd gezwiept door zijn grote en grootse roman Austerlitz, dierbaar in het kwadraat. Campo Santo bevat essays over andere schrijvers, maar begint met vier fragmenten uit een onvoltooid prozawerk, waarin een reis naar Corsica centraal staat. Het tweede fragment, onder de titel 'Campo Santo', gaat over een bezoek aan de begraafplaats van het dorp Piana, waar de ik-figuur rondstruint en mijmert over de doden die daar, alnaargelang hun rijkere of armere status in hun aardse leven, met zwaardere of lichtere grafstenen monumenten worden verhinderd zich onder de levenden te mengen. Tevergeefse moeite, zo blijkt uit de locale overtuiging dat de overledenen 'niet werden beschouwd als doden die zich voorgoed op de veilige afstand van de andere wereld bevonden, maar als familieleden die nog steeds aanwezig waren, alleen maar in een bijzondere toestand verkeerden en in de communità dei defunti een soort solidaire gemeenschap vormden tegen hen die nog niet waren gestorven.' (p. 37) Volgt een uitgebreide beschrijving van alle middelen waarvan de overledenen zich bedienen om zich in het hiernamaals te manifesteren, afgesloten door een prachtige tirade tegen de moderne tijd, waarin de betekenis van de doden afneemt. Dat is het gevolg van het razendsnel toenemen van de wereldbevolking, waardoor wij gedwongen zijn onze aandacht te richten op wat om ons heen gebeurd en 'de manier waarop wij van de overledenen afscheid nemen gekenmerkt wordt door een slecht verholen schamelheid en haast.' Ik zou graag de hele passage van p. 42-43 citeren, maar ik laat dat aan de nieuwsgierig geworden lezer over...

Na dit voorlopige hoogtepunt van het boek, sloot ik het voor korte tijd om even bij te komen van zoveel briljant verwoord cultuurpessimisme en besloot in een opwelling even later een willekeurig essay over een van Sebald's literaire helden te lezen. Ik koos voor 'Droomtexturen: kleine notitie over Nabokov'. Het blijkt te gaan over een wezenskenmerk van Nabokov's schrijversschap, die iedereen bekend zal voorkomen die iets van deze woordtovenaar gelezen heeft, namelijk zijn neiging om zijn figuren van buitenaf en zelfs van bovenaf te beschouwen: 'In elk geval wekken de meest briljante passages van zijn proza vaak de indruk dat ons doen en laten in de wereld wordt geobserveerd door een buitenaardse soort die nog in geen enkele taxonomie voorkomt en waarvan de afgezanten zo nu en dan een gastrol spelen in het toneelstuk dat door de levenden wordt opgevoerd. Zoals wij hen zien, zo zien zij ons vervolgens, aldus Nabokovs veronderstelling, als vluchtige, transparante wezens met een onzekere afkomst en bestemming. (...) Stil, bezorgd en bedroefd, lijden ze er kennelijk zeer onder dat ze buiten de maatschappij zijn gesloten, daarom zitten ze ook meestal, aldus Nabokov, wat terzijde en staren ze ernstig voor zich uit naar de grond, alsof de dood een donkere vlek of een schandelijk familiegeheim is.' (p. 189) Een treffende gelijkenis tussen de Corsicaanse doden en Nabokovs figuren.

Is het nu toeval dat ik die twee fragmenten uit het oeuvre van Sebald zo achter elkaar heb gelezen? Het moet nog bewezen worden door wat ik verder in Campo Santo tegenkom, maar mijn sterke vermoeden is: nee. Het is een volmaakte illustratie van de kracht van Sebald, die zich in alles een kampioen van het beschrijven van herinnering en vergetelheid toont, en voor zijn niet aflatende gevecht tegen het vergeten en niet-herinneren en zijn 'verlangen naar de opheffing van de tijd [dat] zich uitsluitend kan waarmaken wanneer de allang in vergetelheid geraakte dingen uiterst nauwkeurig worden opgeroepen'. Dat laatste ziet Sebald door Nabokov het beste gerealiseerd worden, maar hij kan er zelf ook wat van, zoals hij met name in Austerlitz en De ringen van Saturnus heeft aangetoond.

donderdag 9 december 2010

Besnuffeld

Deze foto moet aangeven aan hoe verouderd de papieren agenda is.
Ik heb 'm daartoe niet zelf bewerkt, maar gemaakt met een 'app' (ga ik NIET uitleggen!) op mijn iPhone, genaamd Hipstamatic*. Daar kun je oude filmcamera's en effecten van oude filmrolletjes mee nabootsen. In dit geval Kodot XGrizzled Film: ziet eruit of de foto in de wasmachine heeft meegedraaid. Heel grappig, zou Paulien Cornelissen zeggen.

Eigenlijk zou ik een geheel nieuwe blogserie kunnen opzetten over die iPhone en de vele, vele apps, die de moderne mens Anno Nu gelukkiger kunnen maken dan ooit tevoren ("Hé, neem even een pilletje!"). Zoals de Layar-app, waarmee je de camera gebruikt om kunst in de openbare ruimte te bekijken en tegelijkertijd informatie op het schermpje krijgt.
Of de ocarina-app, waarmee je je mobiele telefoon in een handomdraai verandert in een heus muziekinstrument: zet je vingers op de aangegeven plaatsen op het scherm, blaas tegen de microfoon en hoort, o kinderen!!

Maar ik zal me proberen in te houden, anders denkt u straks nog dat ik een dementia praecox-app heb ingeslikt.


*Jeroennn, bedankt!!!

dinsdag 7 december 2010

Gezond snoepen

In het kader van gezond snoepen gaat er nog wel eens een zakje fruit of 'groentebonbons' mee naar het werk. Kiwi's, mandarijnen, kleine tomaatjes vooral, maar ook wel eens worteltjes. Dat laatste kan overigens niet meer: toen ik het zakje gedachteloos had leeggegeten, viel mijn oog op het opschrift:

Snap je dat nou van zo'n winkel?...

maandag 29 november 2010

Dikke pil

Oorlog en vrede van Leo Tolstoi. Wie kent de titel niet? Goed. Maar wie heeft het boek ook helemaal gelezen? Ja, dat dacht ik al.
De nieuwe vertaling in de onvolprezen Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot is nu als kloek deel/ vuistdikke uitgave / dikke pil uitgegeven voor de prijs van nog geen 30 euro. Mét een waanzinnig / krankjorem / gekmakend mooie band: donkergrijs met diepzwarte, glanzende belettering. Het omslag kan dus weg (d.w.z. diep weggestopt achter de boeken, de enige plaats waar omslagen horen).
En dan nu alvast het eerste goede voornemen voor 2011: lezen die hap! Wie doet er mee? Kom op, 1650 bladzijden is niet niks, maar als je de Millenium-trilogie niet leest en gewoon de drie verfilmingen bekijkt, mis je niks en win je 51 uur (3 x 500 bladzijden = 3 x 20 uur (25 bladzijden per uur) = 60 uur minus 3 x3 uur = 9 uur) oftewel drievijfde van Tolstoi's roman (1650 bladzijden, 20 bladzijden per uur = 82,5 uur). Lekker toch?
Alhoewel: die berekening valt misschien wat te gunstig uit, omdat je de eerste 200 bladzijden van Oorlog en vrede vooral heen en weer aan het bladeren bent tussen tekst en personenregister. Who the hell is ....?

vrijdag 26 november 2010

E-reader geweerd

Zo af en toe tracteren we ons op een middagje sauna. Er is een goeie bij ons in de buurt en je kunt nou eenmaal niet alleen maar blijven roepen dat Nederland door en door verwend is en dat de drukke sauna's en hun decadente sfeer aan de ondergang van het Romeinse Rijk doen denken. Je moet zo af en toe ook zelf een fysieke bijdrage leveren aan dat fenomeen en daarmee de juistheid van de observatie bewijzen.

Dus bestelde ik, gekleed in badjas, een paar drankjes aan de bar van de sauna en doodde de wachttijd met het prepareren van mijn E-reader voor een korte leessessie. In dit geval Bleak House van Dickens die op de E-reader in kwestie - een iPhone - maar liefst 6.931 piepkleine, maar kraakheldere en uitstekend leesbare bladzijden omvat. Ik verheugde me erg op het lezen, niet alleen vanwege het fenomenale proza van meneer Dickens, maar ook omdat het kleine scherm, met z'n paar regels tekst, een heel nieuwe, de concentratie zeer bevorderende manier van lezen veroorzaakt. Dubbel genieten dus!
(Voor de kniesoren onder u, die het gewone en/of mooie gedrukte boek zijn toegedaan: in mijn boekenkast staan twee versies van deze volumineuze prachtroman, waaronder een aangenaam mooie, in donkerrood linnen gebonden uitgave van Everyman's Library.)

Maar nu viel het oog van de bardame op mijn E-reader, annex mobiele telefoon, annex camera. Verontrust keek ze me aan en zij dat die dingen VERBODEN waren in de sauna. Ik keek niet-begrijpend. Verboden? Ja, ik moest hem in mijn locker opbergen. Maar, protesteerde ik nog, het boek dat ik wil lezen staat hierop! Nu was het haar beurt om niet-begrijpend te kijken. Ik wilde het haar laten zien, maar vroeg in plaats daarvan maar naar de reden van het verbod.

Met het schaamrood op de kaken heb ik mijn iPhone, haastig weggestopt in een van de zakken van mijn badjas, linea recta naar de kleedkamer gesmokkeld en achter slot en grendel gezet. Van het stiekem lezen van literatuur op een mobieltje wil ik best beticht worden, maar van het stiekem fotograferen van de blote medemens toch liever niet...